De (onveranderde) Augsburgse Confessie (1530) - een selectie
Augsburg - auf Deutsch
Augsburg - in English
2. Over de erfzonde
Er wordt ook geleerd, dat na de zondeval van Adam
alle mensen, die volgens de natuur verwekt zijn, met zonde geboren worden. Dat
betekent: zonder ontzag voor God, zonder vertrouwen op God, en met slechte
begeerte. Deze ziekte of erfzonde is werkelijk een zonde, die degenen, die niet
opnieuw geboren worden door de Doop en de Heilige Geest, tot verderf en de
eeuwige dood brengt.
Vervloekt worden de Pelagianen en anderen, die
ontkennen dat de erfzonde een zonde is, zodat zij de eer van de verdienste en de
weldaden van Christus verkleinen. Zij beweren dat de mens zich door eigen
krachten van het verstand kan rechtvaardigen tegenover God.
3. Over de Zoon van God
Er wordt ook geleerd dat het Woord, dat is: Gods
Zoon, de menselijke natuur aannam in de schoot van de gezegende maagd Maria,
zodat twee naturen, de goddelijke en de menselijke, in de eenheid van 1 persoon
onlosmakelijk verbonden zijn. Er is één Christus, waarlijk God en waarlijk mens,
geboren uit de maagd Maria, die waarlijk geleden heeft, die gekruisigd,
gestorven en begraven is, opdat Hij de Vader met ons verzoende. Hij was niet
alleen het offer voor de erfzonde, maar ook voor alle daadwerkelijk begane
zonden van de mens. Diezelfde Christus daalde af in de hel en stond waarlijk op,
op de derde dag; vervolgens steeg Hij op naar de hemel, opdat Hij aan de
rechterzijde van de Vader zou zitten, en eeuwig zou regeren en heersen over alle
schepselen. Hij zal degenen die in Hem geloven heiligen, door in hun harten de
Heilige Geest te zenden, die hen regeert, troost en levend maakt, en het
beschermt tegen de duivel en de kracht van de zonde.
Ook wordt geleerd dat
Christus voor ieders ogen zal terugkeren, om de levenden en de doden te
oordelen, etc., zoals de Apostolische geloofsbelijdenis luidt.
4. Over de rechtvaardiging
Ook wordt geleerd, dat de mensen zich
tegenover God niet kunnen rechtvaardigen door hun eigen kracht, verdiensten of
werken, maar dat ze door genade gerechtvaardigd worden vanwege Christus, door
het geloof, omdat ze geloven dat ze uit genade geaccepteerd worden en dat de
zonde vanwege Christus vergeven worden, die door Zijn dood genoegdoening
verschafte voor onze zonden. Dit geloof ziet God aan als gerechtigheid tegenover
Hem. (Romeinen 3 en 4).
9. Over de Doop
Over de Doop wordt geleerd, dat die noodzakelijk is voor
het heil, en dat door de Doop Gods genade aangeboden wordt.
Ook wordt
geleerd dat kinderen gedoopt moeten worden, en dat zij door die Doop aan God
aangeboden en door Hem in genade ontvangen worden. Vervloekt worden de
Anabaptisten, die de kinderdoop verwerpen, en ervan overtuigd zijn dat kinderen
zonder Doop gered worden.
10. Over de maaltijd van de Heer
Over de maaltijd van de Heer wordt
geleerd, dat het lichaam en bloed van Christus waarlijk aanwezig zijn en
uitgereikt worden aan degenen die deelnemen aan het Avondmaal.
Verworpen
worden degenen die een andere leer aanhangen.
11. Over de biecht
Over de biecht wordt geleerd, dat de persoonlijke
absolutie in de Kerken gehandhaafd moet worden, hoewel het bij de biecht niet
noodzakelijk is dat alle overtredingen opgesomd worden. Dit is immers
onmogelijk, zoals de Psalm zegt: 'Wie kent de overtredingen?' (Psalm 19:13)
13. Over het gebruik van de sacramenten
Over het gebruik van de
sacramenten wordt geleerd, dat de sacramenten niet alleen ingesteld zijn om een
onderling kenteken van de Christenen te zijn, maar veeleer om een getuigenis te
zijn van Gods wil ten opzichte van ons. Ze zijn bedoeld om in diegenen, die ze
ontvangen, geloof op te wekken en te versterken. Daarom moet voor het ware
ontvangen van de sacramenten het geloof erbij komen, dat vertrouwt op de
beloften, die door de sacramenten aangeboden en getoond worden.
14. Over het kerkelijke ambt
Over het kerkelijke ambt wordt geleerd, dat
niemand in het openbaar in de Kerk mag leren of de sacramenten uit mag reiken,
tenzij hij op de juiste wijze daartoe geroepen is.
18. Over de vrije wil
Over de vrije wil wordt geleerd, dat de menselijke
wil een zekere vrijheid heeft om burgerlijke rechtvaardigheid tot stand te
brengen, en om een keuze te maken in zaken die aan het verstand onderworpen
zijn. Maar de wil heeft zonder de Heilige Geest niet de kracht om de geestelijke
rechtvaardigheid tot stand te brengen, omdat de mens van nature niet inziet wat
uit Gods geest is. Dat gebeurt in het hart, wanneer de mens door het Woord de
Heilige Geest ontvangt. Augustinus zegt dat met zoveel woorden in boek 3 van de
hypognosticon:
'Wij geven toe dat alle mensen een vrije wil hebben, een zeker
redelijk oordeel. Maar daardoor zijn ze nog niet in staat in zaken die op God
betrekking hebben, zonder God iets te beginnen, laat staan te volbrengen. Ze
zijn slechts in staat te beslissen over de zaken van het huidige leven, ten
goede en ten kwade. Goed noem ik die dingen, die uit een goede gezindheid
voortkomen, zoals: willen werken op een akker, willen eten en drinken, een
vriend willen hebben, een huis willen bouwen, een vrouw willen trouwen, vee
houden, de kunst om de verschillende goede dingen te onderscheiden. Kortom, de
wil tot alle goede dingen die betrekking hebben op het huidige leven. Al die
dingen blijven niet bestaan zonder dat God ze bestuurt, ze zijn immers ontstaan
en bestaan uit Hem en door Hem. Kwade dingen noem ik: een afgod willen dienen,
een moord willen plegen, etc.'
19. Over de oorzaak van de zonde
Over de oorzaak van de zonde wordt
geleerd dat, hoewel God de natuur schept en bewaart, toch de wil van de slechten,
zoals de duivel en de goddelozen, de oorzaak van de zonde is. Die wil keert
zich, zonder Gods hulp, van God af, zoals Christus zegt: 'Wanneer hij een leugen
spreekt, spreekt hij zoals hem eigen is' (Johannes 8:44)
Laatste wijziging: 01-09-2005 (dd-mm-yyyy)