Hieronder volgt de tekst van het Beleidsplan 1998 - 2002. In deze periode waren de Hervormde Gemeente Bijlmermeer en de Gereformeerde Kerk van Bijlmermeer nog niet gefuseerd. Beide gemeenten vormden samen de Samen-op-Weg gemeente Bijlmermeer en functioneerde in de praktijk als één gemeente.

Beleidsplan 1998 - 2002 van de Samen-op-Weg gemeente Bijlmermeer

(Hervormde Gemeente Bijlmermeer en Gereformeerde Kerk van de Bijlmermeer)




INHOUDSOPGAVE

I. WAAR WONEN WIJ?
1. Geografische ligging en stedebouwkundige structuur van de Bijlmermeer
2. Sociale situatie
3. Herstructurering Bijlmermeer
4. Religie

II. WIE ZIJN WIJ?
1. Geschiedenis en organisatie van de gemeente
2. Aantal gemeenteleden
3. Predikanten en diaconaal consulente
4. Samenstelling en kleur van de gemeente

III. WAT DOEN WIJ NU?
1. Vieren
2. Leren
3. Dienen

IV. WAT ZIJN DE BELANGRIJKE AANDACHTSPUNTEN?
1. Beleidszaken
2. Problemen
3. Mogelijkheden
4. Public Relations

V. WAT WE GRAAG WILLEN?
1. Gemeenteopbouw
2. Presentatie naar buiten toe




I. WAAR WONEN WIJ?



1.1 Geografische ligging en stedebouwkundige structuur van de Bijlmermeer

Amsterdam-Zuidoost telt ongeveer 90.000 inwoners en omvat de wijken Bijlmermeer, Gaasperdam, Bullewijk en Driemond. Driemond is in feite een zelfstandige dorpsgemeenschap en Bullewijk is het grote kantoren- en zakencentrum van Amsterdam-Zuidoost. Gaasperdam is een woonwijk ten zuiden van de Gaasperdammerweg (A9), met voornamelijk laagbouw, waarvan veel in de koopsector. Er wonen veel gezinnen met kinderen; de bevolkingssamenstelling is traditioneel en daardoor vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld Almere of Lelystad. Via de uitbouw van Gaasperdam probeert de gemeente Amsterdam de overloop naar deze plaatsen dan ook enigszins in te dammen.
Klik hier voor een nauwkeuriger kaart van Amsterdam-ZO (300 Kb) kaart van Amsterdam De Bijlmermeer tenslotte, waar het in dit beleidsplan om draait, ligt aan de andere kant van de Gaasperdammerweg en neemt ongeveer de helft van alle inwoners van Zuidoost - circa 45.000 personen - voor haar rekening. Deze wijk heeft een volstrekt ander karakter dan de bovengenoemde wijken.
Dit karakter wordt voornamelijk bepaald door de hoogbouw. Het merendeel van die hoogbouw is gerealiseerd aan het eind van de jaren zestig en het begin van de jaren zeventig, volgens stedebouwkundige concepties die in die tijd eigenlijk al weer verouderd waren.
Eigenlijk was de Bijlmermeer bedoeld voor gezinnen die dicht opeengepakt in de oude wijken van Amsterdam woonden. De ontwerpers hadden hierbij zeer duidelijk het leefpatroon van de gemiddelde Amsterdammer uit de volksbuurten voor ogen. Deze zou nu een moderne en ruime flatwoning kunnen betrekken, temidden van veel groen. Het wonen en de gemeenschappelijke activiteiten zouden in sterke mate geïntegreerd zijn. Kinderen konden - door een strikte scheiding van autowegen enerzijds en fiets- wandelpaden anderzijds - in een verkeersveilige omgeving opgroeien.
Concreet vertaalde deze doelstellingen zich in enorme flatgebouwen met veelal grote woningen, die op ruime afstand van elkaar werden aangelegd. Daartussen werden gevarieerde groenvoorzieningen aangelegd. Vrijwel alle flats werden voorzien van een 'binnenstraat' op de eerste etage en de zogeheten 'drooglopen' (overdekte voetgangersverbindingen tussen flats of onderdelen van flats). De integratie van wonen en gemeenschapsactiviteiten kreeg gestalte door de aanleg van collectieve ruimten, peuterspeelzalen en dergelijke in de flats zelf - meestal gelegen aan de binnenstraat - en door veelal overdekte en met de woongebieden verbonden winkelcentra, buurthuizen, welzijnsinstellingen enzovoort.
Toch is wel enige variatie in het woningaanbod aangebracht. Naast hoogbouw kent de Bijlmer enkele fraai aangelegde laagbouwbuurten met eengezinswoningen en (semi-)bungalows in zowel de koop- als de huursector. En er is de wijk Venserpolder met overwegend middelhoogbouw. Daarnaast zijn in de Bijlmermeer enkele bejaardentehuizen en complexen van bejaardenwoningen gevestigd. In 1986 is hoofdwinkelcentrum de Amsterdamse Poort geopend met zo'n 175 winkels. Naast winkels zijn in de Amsterdamse Poort ook woningen en kantoren gevestigd.


1.2 Sociale situatie

De Bijlmermeer ontwikkelde zich op een totaal andere wijze dan de ontwerpers van de wijk destijds voor ogen hadden. Vrijwel vanaf het begin is de Bijlmermeer sociaal anders samengesteld. Het jaarverslag 1970/71 van het Evangelisch Verband van Kerken Bijlmermeer vermeldt enkele karakteristieken van de bevolking, die sindsdien eigenlijk niet zijn veranderd.
In de eerste plaats wordt de aanwezigheid van relatief veel homoseksuelen genoemd, die in die tijd - in sterkere mate dan nu - vaak niet werden geaccepteerd en in de Bijlmermeer de kans kregen zich te verbergen in de anonimiteit. In de tweede plaats was er toen reeds een toeloop van duizenden Surinamers en Antillianen. Deze ontwikkeling is sindsdien steeds doorgegaan. Het aantal verschillende nationaliteiten in de wijk is zelfs aanzienlijk toegenomen. In de derde plaats waren en zijn de autochtone Nederlanders die in de wijk wonen, afkomstig uit alle delen van het land. In de Bijlmermeer zijn de wachttijden voor een woning relatief kort. Daarom komen veel mensen die naar de hoofdstad trekken in eerste instantie in deze wijk terecht. Omdat men in Amsterdam werk heeft gevonden. Omdat men alvast op een flat wil gaan samenwonen alvorens te gaan trouwen en een eigen woning elders te betrekken. Maar ook omdat men om een of andere reden - bijvoorbeeld echtscheiding, psychische problemen, verslaving aan drank of verdovende middelen - op drift is geraakt en op korte termijn een woning zoekt. Liefst in een onbekende en anonieme omgeving.
Een laatste karakteristiek kan na meer dan 25 jaar in ongewijzigde vorm worden herhaald: 'De mensen die hier wonen, kwamen niet omdat ze de Bijlmer zo prachtig vinden, maar eenvoudig om een woning te hebben waarvoor ze, gezien hun inkomen, teveel moeten betalen'.

De bevolkingssamenstelling van de Bijlmermeer is zodoende zeer heterogeen, en daarnaast gemiddeld erg jong: de ruime meerderheid van de inwoners is beneden de 35 jaar. De werkloosheid is zeer hoog: tussen de 30 en 40 %, dat is vijf- à zesmaal zoveel als het landelijk gemiddelde. Gezien de relatief hoge woonlasten is het niet verwonderlijk, dat velen in de Bijlmermeer op of onder het minimum leven.
Al deze factoren gezamenlijk liggen aan de basis van de maatschappelijke problemen in de Bijlmermeer: de verloedering van sommige hoogbouwflats, grote aantallen drugsverslaafden op sommige openbare plekken en in de trappenhuizen van flats, zwerfjongeren, berovingen, inbraken en geweldsdelicten.
Het zijn vooral deze negatieve kanten van de Bijlmermeer die - overigens volkomen terecht - de publiciteit halen. Van de positieve kanten wordt veel minder gewag gemaakt.
In de periode kort na de vliegramp op 4 oktober 1992 kreeg Nederland even zicht op andere aspecten van de Bijlmermeer: een boeiende en pluriforme samenleving met een rijkdom aan verschillende culturele en religieuze tradities, die het - simpel gezegd - zonder noemenswaardige onderlinge spanningen met elkaar in één wijk kunnen uithouden.
Maar de Bijlmer heeft daarnaast ook een goed functionerend wijkopbouwwerk, er bestaan zeer actieve bewonerscommissies die zich inspannen om de leefbaarheid te vergroten en men kan op verschillende plaatsen in de wijk heel mooi wonen. Niet voor niets zijn er - naast degenen die slechts korte tijd in de wijk verblijven - veel mensen die aan de Bijlmermeer verknocht zijn en er niet meer weg willen. Zoals Trouw, een week na de vliegramp, kopte: 'De Bijlmer - Je kunt er best verliefd op worden'.


1.3 Herstructurering Bijlmermeer

Foto BijlmerflatOp twee gebieden wordt momenteel de vernieuwing van de Bijlmermeer aangepakt.
Het eerste gebied omvat de ruimtelijke vernieuwing. Met voortvarende aanpak wordt dit project momenteel gerealiseerd, maar het einde is nog niet in zicht. Er wordt onder meer gestreefd naar een grotere diversiteit van het woningaanbod. Vanaf 1994 is begonnen met de sloop van een aantal hoogbouwflats en de aanleg van laagbouwwijken met een groot percentage koopwoningen. Ook een van de belangrijkste verkeersaders, de Bijlmerdreef, is verlaagd naar het maaiveldniveau. Hierdoor wil men bereiken dat er een sterkere samenhang ontstaat tussen het westelijke en het oostelijke deel van de Bijlmermeer.
Het tweede gebied omvat de sociaal-economische vernieuwing. In het kader van het Grote Stedenbeleid is de notitie Speerpunt Bijlmermeer uitgebracht. Hierin worden doelstellingen uiteengezet op het gebied van wonen, de werkloosheid, de scholing, de veiligheid, de leefbaarheid, zorg en cultuur.
In het kader van het Europese beleid - de zogeheten Urban-programma's - heeft de Bijlmermeer een aanvraag gedaan voor een financiële bijdrage voor de sociaal-economische vernieuwing. Dit verzoek is gehonoreerd met plusminus 10 miljoen gulden uit Brussel; dit bedrag is aangevuld met 16 gulden miljoen aan Middelen Grote-stedenbeleid. Helaas heeft het besteden van dit geld grote bestuurlijke en politieke problemen opgeleverd. Grote delen van de bevolking van de Bijlmermeer waren niet betrokken bij de besluitvorming en protesteerden. Na veel overleg is nu een geïntegreerd programma van zowel de ruimtelijke als de sociaal-economische vernieuwing opgesteld. In dit overleg hebben ook de kerken actief deel genomen.


1.4 Religie

De religieuze kaart van de Bijlmermeer is even veelkleurig als de bevolking zelf. Zo is er een echte, als zodanig herkenbare, moskee. Voorts bestaan er drie hindoeïstische stichtingen.
Wat het christelijke geloof betreft, zijn ongeveer vijftig christelijke groeperingen aan te wijzen. Maar dit aantal wordt regelmatig aangevuld met nieuwe groepen. Veel van deze groeperingen zijn zogenaamd onafhankelijke kerken of ze zijn georganiseerd op basis van Afrikaanse (met name Ghanese) of Surinaamse afkomst. De Pinksterbeweging is sterk vertegenwoordigd; sommige Pinkstergemeenten maken bovendien een grote groei door.
De 'gevestigde' kerken, onder meer
de Rooms-Katholieke parochie,
de Samen-op-Weg gemeente, (= hervormd en gereformeerd samen)
de Evangelisch-Lutherse gemeente en
de Evangelische Broedergemeente,
werken samen in de Raad van Kerken van Amsterdam-Zuidoost. (Voorheen heette deze Raad de Kontaktraad van Kerken.)
logo Bijlmer Duif Van deze Raad gaat onder meer het diaconaal-pastoraal inloopcentrum De Bijlmer Duif uit, dat in 1988 zijn poorten heeft geopend in het hoofdwinkelcentrum de Amsterdamse Poort. Velen vinden in De Bijlmer Duif een rustplaats en een luisterend oor.
De Raad was ook sterk betrokken bij de nazorg van de vliegramp van oktober 1992. Zij zette onder andere een Taakgroep Vliegramp Bijlmer op. Daarin participeerden niet alleen de kerken, maar ook maatschappelijk werkenden. Er werd in sterke mate rekening gehouden met de etnische achtergrond van wie in deze wijk wonen. Voor deze nazorg na de vliegramp heeft de Raad destijds bovendien een tweetal pastorale werkers in tijdelijke dienst kunnen aanstellen. Het bedrijfsleven in Zuidoost en diverse kerkelijke fondsen verleenden hiertoe hun financiële steun.

De vier hierboven genoemde kerkgemeenschappen hielden hun diensten oorspronkelijk op twee plaatsen. De RK-parochie en de Samen-op-Weg gemeente deden dit ieder afzonderlijk in het (gereformeerde) kerkgebouw De Nieuwe Stad onder de parkeergarage bij het winkelcentrum Ganzenhoef.

De Evangelisch-Lutherse gemeente en de Evangelische Broedergemeente kwamen bijeen in de aula van de Open Scholengemeenschap Bijlmermeer (OSB) aan het Gulden Kruispad.

Vanwege de herstructurering van de Bijlmermeer moest het kerkgebouw bij Ganzenhoef worden gesloopt. Deze sloop werd aanleiding om een nieuw - oecumenisch - kerkcentrum aan het Gulden Kruis te bouwen, waar de kerkgemeenschappen ieder hun eigen diensten zouden kunnen houden. Dit fraaie gebouw, voorzien van twee kerkzalen en verschillende belendende ruimten, is ontworpen door de architecten Lucien Lafour en Rikkert Wijk. Het werd in september 1993 op feestelijke wijze geopend. Een week lang konden alle bewoners van de Bijlmermeer deelnemen aan allerlei festiviteiten, zoals een discussie-avond over criminaliteit en een concert. Ook werd een krant huis aan huis verspreid in een oplage van 42.500 exemplaren en werd, dankzij een perspresentatie, in verschillende media uitgebreid aandacht aan het nieuwe centrum besteed. Evenals het voormalige kerkgebouw heeft de nieuwe kerk de naam De Nieuwe Stad gekregen.

De beheerscommissie, waarin de vijf eigenaar-kerkgemeenschappen naar rato van de gefourneerde bedragen om het kerkcentrum te bouwen stemhebbend vertegenwoordigd zijn, regelt de zakelijke kanten van het kerkcentrum.
Na de opening van het kerkcentrum is ook een vijfkerkenoverleg opgericht, waarin de eigenaar-kerken van De Nieuwe Stad zitting hebben. (Het kerkcentrum wordt nog door vele andere kerkgenootschappen gebruikt, die voor hun diensten ruimte in De Nieuwe Stad huren.) Het vijfkerkenoverleg legt zich toe op het bevorderen van de interkerkelijke samenwerking binnen het kerkcentrum, de oecumene, dwars door alle culturele verschillen in achtergrond en identiteit heen. Het verzorgt daartoe ondermeer het Paasontbijt en de jaarlijkse feestdag van het kerkcentrum ter herinnering aan de opening. Deze 'verjaardag' wordt meestal in besloten kring gevierd, maar voor jubileumjaren - zoals het vijfjarig bestaan in 1998 - wordt gezocht naar mogelijkheden om grootschaliger uit te pakken en ook de (naaste) omgeving erbij te betrekken.



II. WIE ZIJN WIJ?



2.1 Geschiedenis en organisatie van de gemeente

De Hervormde gemeente Bijlmermeer
... werd in 1968 gevormd en als wijkgemeente toegevoegd aan de bestaande kerkelijke gemeenten Duivendrecht en Diemen. Dit waren voorheen dorpsgemeenten; door de groei van de zuidoostelijke lob van Amsterdam kwamen zij in een proces van verstedelijking terecht. Deze samenwerking - die in feite alleen op papier heeft bestaan - eindigde in 1976. Sindsdien bestaat de Hervormde gemeente Bijlmermeer als zelfstandige gemeente. Eerst maakte zij deel uit van de ring Amsterdam-West, thans van de ring Amstelveen en de classis Amsterdam.
Vanaf de stichting in 1968 tot 1974 was de gemeente onderdeel van het Evangelisch Verband van Kerken. Dit was een breed samenwerkingsverband waarvan ook de Evangelisch-Lutherse gemeente, de Remonstrantse gemeente, de Doopsgezinde gemeente en de Evangelische Broedergemeente deel uitmaakten. In dezelfde periode werd gezocht naar mogelijkheden om met de Rooms-katholieke parochie en de Gereformeerde Kerk samen te werken. Inhoudelijke problemen binnen het Evangelisch Verband leidden er toe dat de Hervormde gemeente besloot een eigen weg te gaan. Vanaf 1975 organiseerde zij kerkdiensten onder eigen verantwoordelijkheid.

De Gereformeerde Kerk van Bijlmermeer
daarentegen was in de beginjaren van de Bijlmermeer buiten het Evangelisch Verband gebleven. Zij was een eigen koers gaan varen, hetgeen onder meer werd onderstreept door de stichting van een eigen kerkgebouw, De Nieuwe Stad. Als wijkgemeente maakte zij deel uit van de Gereformeerde Kerk van Diemen-Watergraafsmeer-Bijlmer (DWB). In de loop van de jaren tachtig gingen de Hervormde gemeente en de Gereformeerde wijkgemeente - in het kader van het Samen-op-Weg-proces - steeds hechter samenwerken. Een belangrijke mijlpaal was de beslissing van de beide kerkenraden om vanaf september 1986 alle diensten gezamenlijk in De Nieuwe Stad te gaan houden.
Daarna is het samenwerkingsproces in een stroomversnelling gekomen. Op diverse gebieden heeft deze samenwerking gestalte gekregen: diaconie, flatgroepen, catechese en pastoraat. Op het financieel-beheersmatige vlak was de samenwerking tot 1992 nog niet zo ver gevorderd. Dit had onder meer een 'technische' oorzaak: de positie binnen het eigen kerkverband van beide partners was verschillend. Aan Hervormde kant een zelfstandige gemeente, aan Gereformeerde kant een wijkgemeente. De ontbinding van DWB per 1 januari 1992 - en aldus het ontstaan per diezelfde datum van een zelfstandige Gereformeerde Kerk van Bijlmermeer - heeft ook op het financiële vlak een grote impuls aan de samenwerking gegeven. Zo werd in januari 1993 voor de eerste maal gezamenlijk de actie Kerkbalans georganiseerd. De federatie-overeenkomst is geschreven, maar moet nog bekrachtigd worden. Niet onvermeld mag blijven dat het samenwerkingsproces in een uitstekende sfeer en in onderlinge harmonie verloopt.


2.2 Aantal gemeenteleden 1992-1996

In de afgelopen vier jaar is het aantal gemeenteleden van de Hervormde Gemeente Bijlmermeer (dus niet SoW!) met ruim een kwart gedaald: van 2129 leden eind 1992 tot 1572 leden eind 1996. Deze daling was vrij gelijkmatig verdeeld over lidmaten (leden die belijdenis hebben gedaan), doopleden (leden die zijn gedoopt, maar geen belijdenis hebben gedaan) en geboorteleden (overige leden).
1992 1993 1994 1995 1996 1992-1996 in %
Geboorteleden 917 871 797 724 662 -255 -28%
Doopleden 799 748 697 662 607 -192 -24%
Lidmaten 413 386 380 347 303 -110 -27%
Totaal 2129 2005 1874 1733 1572 -557 -26%


Verklaring voor afname ledental hervormd deel SoW-gemeente Bijlmermeer Wat was de oorzaak van de daling van het aantal hervormde leden in de afgelopen vier jaar met in totaal 26%?
De belangrijkste reden is dat ruim de helft (56%) in die periode uit de Bijlmermeer verhuisde. Daar kreeg de hervormde gemeente slechts 38% nieuwe leden voor terug, kortom een negatief saldo verhuizingen van 18%.
Daarnaast werden er nauwelijks kinderen geboren, terwijl elk jaar wel circa 1˝% van de hervormden overleed. Het saldo demografie was hierdoor eveneens negatief: -6%.
Tenslotte is de afgelopen jaren de ledenadministratie opgeschoond, waardoor 2% papieren leden werden geschrapt.

Dat er in onze kerkelijke gemeente nauwelijks kinderen bijkomen, heeft twee redenen.
- Ten eerste zijn er relatief weinig jonge hervormde gezinnen.
- Ten tweede: als een echtpaar een geboorte niet doorgeeft aan de kerk, wordt het nieuwe gezinslid niet opgenomen in de administratie. Het typisch hervormde verschijnsel geboorteleden zal geleidelijk uitsterven!

De laatste vier jaar was bijna driekwart van de daling van het aantal hervormden te wijten aan het saldo van verhuizingen (nieuwkomers minus vertrekkende leden), zo blijkt uit het voorgaande. In veel andere kerkelijke gemeentes is het saldo van geboorte en overledenen de belangrijkste oorzaak van teruggang. Deze demografische factor bepaalt in onze gemeente nog geen kwart van de daling.
Verontrustend is dat de daling van het aantal hervormden ieder jaar versnelt en dat de factor verhuizingen in die versnelling eveneens een belangrijke rol speelt.

Een brochure van het stadsdeel noemt de bevolking van Zuidoost relatief jong. Maar liefst 29% van de bevolking is jonger dan twintig jaar. De hervormde gemeente Bijlmermeer voldoet in het geheel niet aan dit profiel. Slechts 9% van de hervormden in de Bijlmermeer is jonger dan twintig. Dit is weinig, ook als we naar het percentage voor de bevolking van heel Amsterdam kijken (20%).
We kunnen de cijfers voor de hervormde gemeente op een alternatieve manier bekijken. Als een hervormde man is getrouwd met een katholieke vrouw en het echtpaar heeft twee niet-gedoopte kinderen, dan worden de vrouw en kinderen 'meegeregistreerd' in de administratie. Tellen we deze mensen mee als lid van de hervormde gemeente, dan verdubbelt het percentage kinderen. In vergelijking met de rest van Zuidoost blijft het aantal kinderen echter ook dan relatief klein.

Er wonen dus weinig hervormde gezinnen in Zuidoost: de hervormde volwassenen die de leeftijd hebben voor kinderen (20-55 jaar) zijn onder vertegenwoordigd. Een voorlopige conclusie is dat er veel hervormde alleenstaanden in de Bijlmermeer wonen. Daarnaast zijn de ouderen (65+) duidelijk oververtegenwoordigd. Of we nu de enge of de nauwe definitie nemen, ruim 20% van de hervormden is ouder dan 65, tegen slechts 8% in heel Zuidoost en 13% voor heel Amsterdam.

De Gereformeerde kerk kampt met een soortgelijke situatie: ook hier is het verloop groot. Per 1 januari 1997 was het aantal doopleden 84 en belijdende leden 152. Daarnaast zijn er nog 2 gastleden en 10 gezinsleden.
De combinatie van veel eenpersoonshuishoudens en voortdurende mutaties trekt een zware wissel op de continuïteit binnen de SoW-Gemeente. Huishoudens die in de gemeente wortelen en daardoor een solide basis vormen, zijn er relatief weinig. Dit brengt meer dan eens mee, dat verschillende vormen van kerkenwerk plotseling inzakken, omdat een aantal daarbij betrokken mensen tegelijkertijd verdwijnt.
Ook financieel heeft de bevolkingsopbouw consequenties, met name voor de Hervormde gemeente. De gemeente is vrijwel uitsluitend aangewezen op inkomsten uit bijdragen van gemeenteleden. Vanwege het instabiele karakter van de gemeente zijn deze bijdragen bij lange na niet toereikend om het voorzieningenniveau te kunnen bekostigen. Om deze reden ontvangt de gemeente jaarlijks een aanzienlijke garantiesubsidie vanuit de Generale Kas; deze subsidie beloopt meer dan de helft van het totaal aan inkomsten.


2.3 Predikanten en diaconaal consulente

Dankzij de subsidie van de Generale Kas is de Hervormde gemeente in staat een predikant te onderhouden. De gemeente heeft altijd een fulltime predikantsplaats (groep I) gehad. De predikanten die de gemeente sinds haar ontstaan hebben gediend, zijn:
ds. E. Hagen (1968-1973)
dr. J. van Slageren (1974-1979)
dr. A.A. Spijkerboer (1980-1993)
ds. A. van Lagen (1994- heden)

Dankzij de toezegging van de Generale Financiële Raad tot ondersteuning in de periode na het emeritaat van dr. Spijkerboer kon een beroep uitgebracht worden voor een fulltime predikantsplaats op ds. Arjan van Lagen, destijds predikant van de Hervormde gemeente Edam-Volendam. Hij werd op 13 maart 1994 aan de gemeente verbonden.
Naast de Hervormde predikant had de gemeente vanaf het begin van haar ontstaan pastoraal werkers in dienst. Johan Maat heeft - samen met de diaconaal consulent Jan Roest - in de pionierstijd veel opbouwwerk verricht. Naast ds. Spijkerboer was Liesbeth de Jong werkzaam in het pastoraat en tenslotte is ook Margriet Kastelijn als pastoraal werkster aangesteld, maar met het vertrek van ds. Spijkerboer is er van de GFR geen subsidie verleend om een pastoraal werker aan te stellen. Was er in het verleden verlichting van de zijde van deze kerkelijke werkers voor de predikant(en), de volle inzet van de huidige predikanten is nu aan de orde.

Aan Gereformeerde zijde is er een 2/3 predikantsplaats, mede dankzij de ondersteuning van de Deputaten Onderlinge Bijstand. De predikanten die de gereformeerde kerk sinds haar ontstaan hebben gediend, zijn:
ds. C. Rijper (1968-1989)
ds. P. Vliegenthart (1985-1992)
ds. Jan van der Meulen (1993 -heden)
Sinds januari 1993 wordt deze predikantsplaats dus bezet door ds. Jan van der Meulen. Hij is gekomen van Colijnsplaat-Geersdijk.

Zowel de Bijlmermeer als Gaasperdam kunnen bovendien gebruik maken van de diensten van een diaconaal consulent, mw. Corrie Rikkers. De 0,8 formatieplaats wordt sinds 1985 door haar bezet. Haar voorganger was Jan Roest. De diaconaal consulent is aangesteld vanwege de diaconie van de Hervormde gemeente Amsterdam namens de moderamina van Amsterdam, Amstelveen-Buitenveldert, Watergraafsmeer, Bijlmermeer en Gaasperdam alsmede de Provinciale Diaconale Commissie van Noord-Holland.
Corrie Rikkers vervult een belangrijke rol in het initiëren en coördineren van uiteenlopende activiteiten op diaconaal en maatschappelijk gebied.


2.4 Samenstelling en kleur van de gemeente

De bevolkingssamenstelling van de gehele Bijlmermeer weerspiegelt zich in bepaalde opzichten sterk in de Samen-op-Weg gemeente, met een (relatief) groot aantal alleenstaanden, eenoudergezinnen en personen met een homoseksuele gerichtheid. Ook allochtonen zijn vertegenwoordigd in de gemeente, zij het dat hierbij enkele kanttekeningen moeten worden gemaakt.
In zijn notitie Pastoraat in de Bijlmer constateerde de toenmalige predikant, dr. Jaap van Slageren, reeds aan het eind van de jaren zeventig dat het erg moeilijk is om de vele als Hervormd geregistreerd staande Surinamers actief bij het kerkelijk leven te betrekken. Het contact beperkt zich vooral tot bijzondere gebeurtenissen als doop, huwelijk, begrafenis en ochtendzegen. Onder Surinamers is een groeiende belangstelling voor pinkstergroepen en Jehovah's getuigen. Voorts maken velen deel uit van de Evangelische Broedergemeente.
De Samen-op-Weg gemeente houdt ook contact met de Indonesiërs. Dit contact is geïnstitutionaliseerd in de samenwerking met PERKI, de Indonesische Protestantse gemeenschap in Nederland. Soms worden gezamenlijke diensten gehouden, Hervormde en Gereformeerde ouderlingen doen dienst bij de bediening van de sacramenten in PERKI-diensten en afgevaardigden van PERKI bezoeken de SoW-kerkenraadsvergaderingen. In mei 1993 is een lid van PERKI bevestigd als ouderling van de SoW-gemeente. De predikant die tot 1997 aan PERKI verbonden was, ds. Henk Olde, was enkele malen per jaar te gast in kerkenraadsvergaderingen en ging af en toe in diensten voor. De achtergrond van de samenwerking is met name de wens van PERKI, jongere Indonesiërs te laten integreren in de Nederlandse samenleving en het Nederlandstalige kerkelijke leven.
De SoW-diensten worden voornamelijk door witte Nederlanders bezocht, maar dit feit is sinds 1993 wel enigszins veranderd. Verschillende factoren liggen hieraan ten grondslag, die onder andere beschreven worden in hoofdstuk III (Wat doen wij nu?).
Naast enkele Surinamers en Indonesiërs wonen ook andere niet-autochtonen de diensten bij. Deze niet-autochtonen zijn voornamelijk van Afrikaanse afkomst. De taalbarrière is waarschijnlijk een van de oorzaken, dat er zo weinig aansluiting wordt gevonden door niet-Nederlanders. Daarnaast zijn veel buitenlanders aangesloten bij andere kerken, bijvoorbeeld de Rooms-katholieke Kerk of onafhankelijke kerken. Dit laatste geldt voornamelijk voor de Afrikaanse inwoners van de Bijlmer, die in aantal sterk zijn toegenomen, en met name voor de Ghanezen.
Ook in kerkelijk opzicht is de Bijlmermeer een uitermate pluriform gebied. Het is moeilijk om de SoW-gemeente in termen van modaliteit te karakteriseren. Door het grote verloop en de lage gemiddelde leeftijd van de gemeenteleden heeft zich geen plaatselijke traditie kunnen vormen. Dit heeft het positieve effect, dat zich geen richtingenstrijd voordoet. Mensen die zich om wat voor reden dan ook qua kerkelijke ligging niet in de gemeente thuisvoelen, leven doorgaans mee met een (wijk-)gemeente buiten de Bijlmermeer. Desondanks is er een grote variatie in mentaliteit van de gemeenteleden, van links-vrijzinnig tot conservatief-orthodox. Een aantal gemeenteleden voelt zich aangesproken door een vorm van spiritualiteit, die als charismatisch te karakteriseren is. Tot 1995 werden op de zondagavond diensten van lofprijzing en gebed gehouden. Bij velen vertaalt het geloof zich bovendien naar een of andere vorm van maatschappelijke betrokkenheid.
Dat al deze mensen het samen in één kerkverband kunnen uithouden en zij aan zij dezelfde diensten meemaken, zegt veel over het open karakter van de gemeente. Er zijn uiteraard wel meningsverschillen en discussies, maar deze vinden altijd in een prettige en constructieve sfeer plaats. De gerichtheid op consensus betekent geenszins dat het inhoudelijke en geestelijke debat wordt vermeden. Zo heeft tijdens het predikantsschap van ds. A.A. Spijkerboer een boeiende en pittige discussie plaatsgevonden over de noodzaak van wedergeboorte en bekering.
De Samen-op-Weg gemeente Bijlmermeer is dus niet gemakkelijk in een bepaald hokje te plaatsen. Gemeenschappelijk hebben de meeste gemeenteleden echter wel: een oecumenische gerichtheid, waardering voor een rijke en voluit bijbelse prediking, zin voor maatschappelijke betrokkenheid, en openheid en respect voor andersdenkenden.



III. WAT DOEN WIJ NU?



Het werkterrein van de SoW-gemeente laat zich onderscheiden in Vieren, Leren, Dienen. Deze onderscheiding wordt in vele beleidsplannen gehanteerd en is weliswaar niet waterdicht, maar biedt wel een goed stramien om belangrijke items van het gemeenteleven weer te geven.


3.1 Vieren

De SoW-Gemeente Bijlmermeer stelt een zorgvuldige en eigentijdse uitleg van de Schriften op prijs. Het oecumenisch leesrooster De Eerste Dag is de leidraad voor de lezingen. Voor de vorm van de eredienst wordt het oecumenisch ordinarium gehanteerd. De beide predikanten gaan in de dienst voor; daarnaast wordt enkele malen per jaar een oud-predikant van de gemeente uitgenodigd om voor te gaan. De diensten worden gemiddeld door ongeveer 100 à 120 personen bezocht.
Gemeenteleden worden in ruime mate bij de kerkdiensten betrokken. Sommige diensten worden, samen met de predikant, voorbereid door bepaalde groepen (De Twintigers, catechesegroepen, ZWO-groep, kindernevendienstleiding). De Schriftlezingen in de dienst worden verzorgd door iemand van het schriftlezersteam. Tijdens elke dienst zijn er nevendiensten voor kinderen. Elke eerste zondag van de maand vindt bovendien nabespreking van de dienst plaats, terwijl eveneens van tijd tot tijd bijeenkomsten worden georganiseerd waarin de lezingen van de komende zondag besproken worden. De liturgiecommissie adviseert de kerkenraad als het gaat om de liturgische vormgeving van de diensten. In de persoon van Jan Stulp heeft de gemeente een bevoegde (en bekwame!) musicus in dienst.

Naast de zondagse vieringen zijn er ook bijzondere diensten, zoals rouw- en trouwdiensten. Een tweede categorie bijzondere diensten wordt vooral in Surinaamse kring aangevraagd. Dat zijn de morgen- of middagzegens, diensten aan huis ter gelegenheid van kroonjaren. Ook acht dagen en veertig dagen na een uitvaart worden in deze kring huisdiensten gehouden. In het kader van de multiculturele samenleving waarbinnen ook de Samen-op-Weg gemeente Bijlmermeer een plaats heeft, zijn deze diensten op de 'kruispunten in het leven' de moeite waard; in deze diensten wordt bovendien de betrokkenheid van mensen zichtbaar.
In de afgelopen periode is er hard aan getrokken om met name het Surinaamse deel van onze gemeente op een andere wijze bij de gemeente te betrekken. Dat heeft onder andere geresulteerd in een zeer goed bezochte 'aangeklede' zangdienst, dat wil zeggen een zangdienst met maaltijd op een zondagmiddag.
In het kader van de diversiteit in onze gemeente is tevens in 1996 een Kameroense kerstviering gehouden.
Sommige diensten worden gezamenlijk met andere kerken georganiseerd. Met name geldt dit voor de diensten op Witte Donderdag en Goede Vrijdag (gezamenlijk met de Evangelisch-Lutherse gemeente) en de dienst op de zogeheten vredeszondag (met de RK-parochie).
Eveneens in oecumenisch verband wordt jaarlijks, in de tijd voor Pasen, het zogenaamde Veertigdagenproject georganiseerd. Gedurende de lijdenstijd wordt wekelijks een vastenmaaltijd gehouden van water en brood, met aansluitend een vesper; deze staan beide in het teken van een bepaald diaconaal thema. De gelden die dit oplevert, zijn bestemd voor een (jaarlijks wisselend) project in Amsterdam-Zuidoost.


3.2 Leren

Het beleid is erop gericht niet alleen een vierende, maar ook een lerende gemeente te zijn. Dat begint al met de jongerencatechese (voor de leeftijd van 12-15 jaar) die in het winterseizoen één maal in de maand op zaterdagmiddag wordt gegeven; deze jongerencatechese wordt steeds afgesloten met een gezamenlijke maaltijd. Aan jongeren van 16-18 jaar wordt catechese gegeven bij een van de deelnemers thuis. Ook is er grote belangstelling voor belijdeniscatechisatie. In 1997 hebben elf mensen belijdenis gedaan; een nieuwe groep van soortgelijke omvang is in het huidige seizoen met belijdeniscatechese van start gegaan.
Een speciaal aandachtspunt geldt het jeugdwerk. Er is een jeugdcommissie waarvan een van de predikanten lid is, die activiteiten organiseert ten behoeve van jongeren in de gemeente. Helaas is de pas aangestelde jeugdouderling - vanwege beroving en inbraak in zijn woning - vertrokken. Met hulp van het provinciale jeugdwerk is er mede onder zijn leiding een jeugdbeleidsplan opgesteld dat in de komende jaren zal worden uitgevoerd. Het plan bevat een aantal initiatieven om jongeren met elkaar in contact te brengen in een ruimte buiten het kerkgebouw, zoals strandwandelingen, een survival-tocht en bijeenkomsten bij de mensen thuis.
Er is ook bestuurlijke betrokkenheid bij het interkerkelijk jeugdwerk, voornamelijk gericht op Surinaamse jongeren, onder de naam Sibi Boesi. Dit werk wordt onder andere door de Gereformeerde Kerken in Nederland medegefinancierd. Het jeugdbeleidsplan voorziet ook in mogelijkheden om met jongeren van Sibi Boesi gezamenlijke activiteiten te organiseren. (In 2001 is Sibi Boesi opgeheven.)
Naast al deze plannen en initiatieven worden er samen met jeugdgroepen van de andere kerkgemeenschappen in De Nieuwe Stad jongerendiensten op zondagmiddagen georganiseerd.
De gemeente kent voorts een groot aantal twintigers en dertigers als kerkgangers. Verschillende van hen zijn betrokken bij een gespreksgroep, die maandelijks bij elkaar komt.
In het afgelopen jaar verscheen een brochure met daarin een rijk en gevarieerd aanbod van leerhuizen, gesprekskringen, workshops en cursussen. Deze brochure was een gezamenlijk initiatief van de Evangelisch-Lutherse Gemeente, de RK-parochie De Graankorrel, de Hervormd-Gereformeerde Kerkengemeenschap Gaasperdam en onze eigen Samen-op-Weg gemeente Bijlmermeer. De bedoeling die achter dit initiatief ligt, is dat leren altijd iets is wat gezamenlijk gedaan kan worden. Een zaak van woord en wederwoord. Dat kan binnen de verschillende kerken gebeuren, maar ook over de kerkgrenzen heen.
Wat betreft het vormings- en toerustingswerk wordt er naar gestreefd zoveel mogelijk te laten opkomen van de vraagzijde. Met andere woorden het aanbod moet steeds weer afgesteld worden op de behoeften die er zijn bij de (potentiële)deelnemers.
Moeilijkheid bij dit alles blijft in de sociaal-maatschappelijke context van de Bijlmermeer dat veel mensen 's avonds niet over straat gaan vanwege de onveiligheid.
Naast deze genoemde activiteiten die veelal in het kerkcentrum De Nieuwe Stad plaatsvinden, bestaan ook gespreksgroepen onder leiding van een van de predikanten in verschillende ouderencentra in de Bijlmer. Daarnaast is er een ouderenkring, bestemd voor 55-plussers. Deze kring komt regelmatig bij elkaar in de kerk; af en toe wordt ook een excursie met en voor hen georganiseerd.
Tot slot het onderwerp 'studeren in de pastorie'. In artikel 18, lid 1 van de ontwerp-kerkorde van de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland staat: 'De predikanten zijn geroepen om de theologische wetenschap te blijven beoefenen, waartoe de kerkenraden met medewerking van de gemeente ervoor zorgen dat zij voldoende gelegenheid voor studie hebben.' In de praktijk moeten we helaas constateren dat door de werkdruk de predikanten nauwelijks hieraan toekomen. Naar aanleiding van het werkverslag 1997 is dit een agendapunt bij kerkenraadsvergaderingen.
De predikanten werden verschillende keren gevraagd stagiaires - Hogeschool van Amsterdam, Vrije Universiteit, Rijksuniversiteit Utrecht - te begeleiden, hetgeen de werkdruk van de predikanten doet toenemen. Evenwel leeft de opvatting dat deze aankomende theologen een faire kans verdienen, zeker in zo'n pluriforme gemeenschap als de Bijlmer.


3.3 Dienen

Allereerst behoort hier de diaconale taak van de gemeente genoemd te worden. De Samen-op-Weg gemeente Bijlmermeer kent een zeer actieve diaconie. Sommige taken worden verricht door diaconale werkgroepen. Deze diaconale werkgroepen werken in hun activiteiten samen met diaconale groepen van de RK-parochie. Als bijzondere aandachtspunten kunnen worden genoemd: zending en werelddiaconaat, het 'naaimachineproject Nyanga' in een township in Kaapstad, het diaconaal-pastoraal inloopcentrum De Bijlmer Duif (waar onder meer een sociaal-diaconaal spreekuur wordt gehouden), actieve betrokkenheid bij kerkdiensten en gespreksbeijeenkomsten in het grenshospitium dat in Zuidoost ligt, de jaarlijkse bustocht voor ouderen, de Kerstattenties voor mensen met een moeilijk jaar achter de rug en het contact met de partnergemeente in de voormalige DDR (Chemnitz-Borna). De diaconie heeft - mede dankzij de expertise van de diaconaal consulente - vele contacten met maatschappelijke organisaties.
Er bestaat een intensief contact met het industriepastoraat van DISK-Amsterdam in de persoon van Berthil Oosting, arbeidspastor.
Gestreefd wordt naar een sterkere toenadering tussen het pastoraat enerzijds en het diaconaat en het maatschappelijk activeringswerk anderzijds. Zeker in een situatie als in de Bijlmermeer zijn de positie en de maatschappelijke context van degenen, die pastoraat behoeven, van uitermate groot belang. Hierbij valt te denken aan de zwakke positie van bijstandsvrouwen, vluchtelingen, illegale vreemdelingen en slachtoffers van criminaliteit.
Als tweede voorbeeld van de dienende taak van de gemeente mag het pastoraat worden genoemd. Een gemeente als de SoW-gemeente Bijlmermeer kent een grote diversiteit. Niet alleen omdat de mensen die met onze gemeente verbonden zijn een verschillende etnische achtergrond hebben, maar tevens omdat zij in geloofshouding verschillen. Dat vraagt ook om diversiteit in pastoraat. Omdat veel bewoners van de Bijlmermeer in een kwetsbare situatie verkeren, is het pastoraat een buitengewoon belangrijke taak van de gemeente. De kerkenraad heeft hiertoe een structuur opgezet van wijkouderlingen en daaronder ressorterende contactpersonen. In wijken zonder ouderling werken contactpersonen onder directe begeleiding van de (wijk)predikant. De ouderlingen en contactpersonen leggen bezoeken af en organiseren de zogenaamde flatgroepen of wijkavonden: groepjes mensen in een flat of buurt, die op gezette tijden bij elkaar komen om over een bepaald onderwerp van gedachten te wisselen. Door de flatgroepen en wijkavonden wordt geprobeerd mensen bij de gemeente te betrekken, die als laagkerkelijk zijn te kenschetsen en dikwijls niet in de zondagse erediensten verschijnen. Bovendien ontstaan zo sociale contacten tussen mensen die de gemeenschap nodig hebben. Op deze manier wordt voorkomen dat mensen in de anonimiteit ten onder gaan. De flatgroepen hebben, mede door de vele verhuizingen, wel voortdurend begeleiding nodig. Het gebeurt regelmatig dat een flatgroep die een à twee jaar heeft gefloreerd, opeens dreigt dood te bloeden door een aantal verhuizingen tegelijkertijd. Het is dan vaak de taak van de predikant organisatorisch in te springen.
Een ander belangrijk sociaal gebeuren is de wekelijkse eetgroep op maandagavond, waar tussen de vijftien en twintig personen elkaar onder het genot van een maaltijd ontmoeten. De maaltijd wordt beurtelings bereid door enkele leden van de eetgroep. Op de eetgroep komen vogels van verschillend pluimage: SoW-gemeenteleden, leden van andere kerken, rand- en buitenkerkelijken, echtparen, alleenstaanden en mensen die zich in een probleemsituatie bevinden. De groep staat onder leiding van de diaconaal consulente en de Hervormde predikant, die als regel wekelijks aanwezig zijn. Voor veel mensen - met name ex-psychiatrische patiënten en anderen die zich in een moeilijke situatie bevinden - is de eetgroep een soort van thuis. In de Hervormde situatie binnen de Bijlmermeer - met verhoudingsgewijs veel mensen aan de rand van de samenleving - vormt de eetgroep een zeer belangrijk element van 'stil pastoraat'.
Speciale aandacht verdienen de bezoeken aan mensen die extra begeleiding nodig hebben. Velen hebben persoonlijke of maatschappelijke problemen; ook de begeleiding van slachtoffers van criminaliteit, die vaak voortdurend in angst leven, hoort bij de bijzondere kanten van het pastoraat in de Bijlmermeer. Bovendien heeft de vliegramp van 4 oktober 1992 bij veel mensen latente angstgevoelens losgemaakt, die ook nu nog om pastorale aandacht vragen.
Het brengen van welkomstbezoeken aan belijdende leden wordt beschouwd als een taak van de predikant. Omdat hij overzicht heeft over de gemeente, kan hij vaak het best beoordelen hoe en waar iemand in de gemeente kan wortelen. Het brengen van zulke bezoeken kost echter wel tijd en energie, met name door de moeilijke toegankelijkheid van de flats en de argwaan die veel bewoners - veelal vanwege de criminaliteit - koesteren jegens aanbellers. Voorts werkt het verhoudingsgewijs grote aantal pastorale eenheden (zie boven) extra arbeidsintensief.
Alle pastoraatsouderlingen en contactpersonen komen één maal per twee maanden bij elkaar in het zogenaamd pastoraal overleg. In dit overleg worden de vreugde en de zorgen van het pastoraatswerk gedeeld en worden werkzaamheden op elkaar afgestemd.



IV. WAT ZIJN DE BELANGRIJKSTE AANDACHTSPUNTEN?




4.1 Beleidszaken

Terugziend op wat hiervoor geschreven is, willen we enige punten naar voren halen die als kenmerkend voor onze gemeente gezien mogen worden.
Wat betreft de woon- en leefomgeving van onze gemeente laat deze zich omschrijven als een wijk in een proces van verandering. Deze verandering heeft betrekking op de stedebouwkundige structuur, met name neergelegd in plannen ter vernieuwing van de Bijlmermeer die deels in uitvoering zijn en/of binnen een aantal jaren gerealiseerd zullen worden. Tezamen met de stedebouwkundige vernieuwing is gestart met de sociaal-economische vernieuwing. Beide processen moeten leiden naar een meer stabiele bevolkingssamenstelling, zowel wat betreft opleiding en werk, als ook in binding aan de wijk. Wij hopen als kerk natuurlijk mede daarvan te profiteren. Wij hopen dat het grote verloop van gemeenteleden zal verminderen.
Een blijvende karakteristiek van de wijk zal de grote diversiteit in herkomst en cultuur van de bevolking zijn. Temeer daar verschillende bevolkingsgroepen betrokken zijn of worden bij de lokale politiek.
Ondanks deze positieve ontwikkelingen in de Bijlmer zullen er toch veel mensen wonen die op een of andere manier beschadigd zijn in het leven. We zien het als onze pastorale taak als kerkgemeenschap om ook in dit opzicht present te zijn met hetgeen een kerkelijke gemeente te bieden heeft aan woorden van troost, van bemoediging en vooral een luisterend oor.
Naast de diversiteit in 'kerkelijke ligging' blijft onze gemeente ook divers in etnisch opzicht. Met name Hervormde Surinamers die - gezien in het licht van de 'standenmaatschappij' in Suriname - tot de hogere klassen behoren, zullen bij de herstructurering van de Bijlmermeer in Nederland blijven en zich min of meer blijvend vestigen in de Bijlmer. Hoewel het beeld van de Samen-op-Weg gemeente Bijlmermeer naar buiten toe grotendeels een 'witte' gemeente is, is in principe onze gemeente dus ook divers in etnisch opzicht.
Er is in onze gemeente bovendien diversiteit in leeftijd. De gemeente telt veel jonge gemeenteleden. In toenemende mate vestigen studenten van de diverse hogere onderwijsinstellingen zich in de Bijlmer en dat zien we ook in de kerkgang. Door enkele grote ouderencentra in de Bijlmer kent onze gemeente bovendien een groot aantal mensen van boven de zeventig.
Het gegeven van diversiteit in verschillende opzichten ervaren we niet als een lot, maar zien we als een opgave. Deze opgave werkt uit als een keuze voor een beleid dat op deze diversiteit is gericht. Dat wil zeggen, deze keuze roept een verbreding maar ook een verzwaring op van de taken van de betaalde en onbetaalde werkers in het pastoraat in enge zin als ook in pastoraal-diaconaal opzicht.
Uit de hiervoor gaande hoofdstukken licht een beeld op van een gemeente die naar binnen toe, naar de eigen gemeenteleden bindend wil zijn, een oase in de woestijn waar mensen zich herkennen en waar mensen erkend worden in hun eigen-zijn. Op deze manier ontstaat het beeld van een gemeente die zich bewust is te staan in een mondiale samenleving en ook daarop is het beleid afgestemd, zowel in vieren, leren als dienen. Onze gemeente - om het met een groot woord te zeggen - poogt een intermediair te zijn tussen persoon en gemeenschap, of wereldser gezegd, tussen individu en maatschappij.


4.2 Problemen

We kunnen wel mooie en grote woorden schrijven, maar lukt het ook allemaal in de praktijk? Met andere woorden, wat zijn onze sterke en zwakke kanten? Een sterk punt is dat we er redelijk in slagen veel (verschillende) mensen te binden, maar daar zit tevens ook onze zwakte. Ons beleid vraagt door de diversiteit veel inzet van mensen die dit beleid willen dragen. We mogen echt niet ontevreden zijn gezien de inzet van velen, maar soms overvragen we toch mensen. Er zijn veel doeners maar dezen moeten ook begeleid worden. Daar mankeert het vaak aan. Predikanten en deskundige vrijwilligers doen wat ze kunnen, maar ze kunnen niet alles. Toen met het vertrek van ds. Spijkerboer de pastoraal werker moest worden ingeleverd om de predikantsplaats veilig te stellen, was dat dan ook echt een aderlating.
Een heel zwak punt zijn onze financiën. De financiële draagkracht van onze gemeente is smal. Veel te smal. We moeten alles doen om de touwtjes aan elkaar te knopen. We doen echt zuinig aan, maar als we nog meer moeten bezuinigen, lopen essentiële zaken van ons gemeente-zijn gevaar. Zouden wij bijvoorbeeld onze organist/pianist vervangen door een niet- of onderbetaalde vrijwilliger - hoe goed die soms ook zijn - dan zou dat de zondagse eredienst, die ook voor ons het hart van gemeente-zijn is, verarmen en minder aantrekkelijk maken. Onze gemeente is echt een zingende gemeente. Gastpredikanten (die we overigens nauwelijks vragen vanwege de kosten) roemen altijd het zingen van de gemeente.


4.3 Mogelijkheden en kansen

We zijn echter niet een moedeloze gemeente. Integendeel, we willen voortgaan. En we zien ook wel mogelijkheden. Mogelijkheden om mensen te binden en daadwerkelijk te betrekken bij allerlei activiteiten die ten dienste staan aan de vragen die op ons afkomen, lokaal en mondiaal. De betrokkenheid op werelddiaconaat bijvoorbeeld is in onze gemeente groot. Maar willen we mensen houden, dan moeten we ook iets te bieden hebben. We kunnen niet alleen vragen. In die zin is ook de eredienst en alles wat daar omheen gebeurt van essentieel belang. Maar deze essentie moet wel financieel vertaald worden.
Uiteraard brengt een subsidieaanvrage ook een verplichting naar onszelf mee. In de afgelopen jaren is er naast de Actie Kerkbalans nog een tweede ronde gemaakt om mensen een financiële bijdrage te laten geven. Het leverde in ieder geval wat op en we zullen daarmee ook doorgaan. Lang niet iedereen is doordrongen van het feit dat lidmaat van een gemeente zijn ook een financiële verplichting meebrengt. Met name in Surinaamse kring is men niet gewend om de kerk via Kerkbalans in stand te houden. Men kent deze vorm van geldwerving niet in de Hervormde Kerk van Suriname. Er wordt wel geld gegeven als er een huisdienst wordt gehouden, maar dat zet niet echt zoden aan de dijk. Daarom is het pastoraat van groot belang. Met de opzet zoals deze gemaakt is met betrekking tot het pastoraat, wordt beoogd alle mensen die in onze kaartenbak staan te bezoeken. Op deze wijze hopen we dat mensen ook hun financiële verplichtingen eerder zullen verstaan. Het blijft echter waar dat waar 'niet' is, ook niet gevraagd kan worden. Dat is evengoed een realiteit. We mogen mensen daarom niet laten vallen!


4.4 Public Relations

Een actieve gemeente is op zichzelf een wervende gemeente. Ons kerkblad Opnieuw vervult een belangrijke rol in deze. Een trouwe redactie verzorgt dit blad. Een lid van de redactie is van professie redactie-secretaris en heeft als lid vanuit onze gemeente deelgenomen aan studiedagen over kerkelijke publiciteit, georganiseerd door de Raad van Kerken Amsterdam. (Helaas is zij verhuisd in 2001). De daar opgedane informatie wordt meegenomen in de verdere uitbouw van Opnieuw. Ons kerkblad is in eerste instantie een informatieblad naar de gemeente toe. Naast informatie worden ook opiniërende artikelen erin opgenomen. Er zijn zo'n 550 abonnementen. Dat betekent dat we met 'meelezers' erbij geteld een bereik hebben tussen de 750 en 1000 lezers. Daarnaast wordt het verspreid naar diverse instanties voornamelijk in de Bijlmermeer maar ook daarbuiten. Een goedkope manier van reclamemaken.

(Oplage Opnieuw in 2002: 460 stuks, na 'opschonen van het ledenbestand'. De vrijwillige bijdrage is niet voldoende om de kosten te dekken. Mensen die de afgelopen 2 jaar EN geen bijdrage EN geen bijdrage aan Kerkbalans hebben gegeven, worden uit het ledenbestand verwijderd. Dit verwijderen gebeurt pas nadat de screening door de predikanen, om schrijnende gevallen te voorkomen, heeft plaatsgevonden. We willen onderscheid maken tussen mensen die niet kunnen en mensen die niet willen betalen.)



V. WAT WE GRAAG WILLEN?



Uiteraard zouden we graag doorgaan met leven en werk van de gemeente zoals dat hierboven beschreven is. Het moge het duidelijk zijn dat zoiets niet eenvoudig is. Niettemin maakt de sociaal-economische en de sociaal-maatschappelijke context van de Bijlmermeer de SoW-Gemeente Bijlmermeer tot een unieke gemeente. De Bijlmer wordt wel eens een laboratorium genoemd wat betreft de multiculturele samenleving en de SoW-Gemeente Bijlmermeer staat daar midden in. (In dit verband moet worden opgemerkt dat de positie van de naburige Hervormd-Gereformeerde Kerkengemeenschap Gaasperdam een geheel andere is.) Hieronder willen we ons beperken tot enkele speerpunten van beleid. En wel op twee fronten. Naar binnen toe en naar buiten toe. Willen we 'naar buiten toe' een woordje meespreken, dan zal toch allereerst helder moeten zijn - om het op z'n Amsterdams te zeggen - welke 'smoel' we willen opzetten.


5.1 Gemeente-opbouw

De laatste jaren is hard gewerkt aan gemeente-opbouw. Deze beleidslijn vraagt om voortzetting. We willen graag doorgaan met het opzetten en uitvoeren van een efficiënt pastoraat. In een grootstedelijke samenleving als de Bijlmermeer raken veel mensen gemakkelijk verloren in de anonimiteit. Daarnaast verkeren velen al in een kwetsbare situatie. Ook de diversiteit van de gemeente vraagt om een gericht en zorgvuldig pastoraal beleid. Daarom is het van groot belang dat het pastoraat in al zijn verschillende verschijningsvormen wordt versterkt en uitgebouwd.
Wapen van SurinameEen bijzonder aandachtspunt binnen deze diversiteit geldt het reeds in gang gezette beleid om mensen van Surinaamse afkomst die lid zijn van onze gemeente, actief te betrekken bij de gemeente. Er is een Suriname-werkgroep die mede met het oog op dit deel van het beleid is opgezet. Deze opzet vraagt om voortzetting. In dit kader noemen we hier het voornemen om vaste doopzondagen in te voeren en de daaraan voorafgaande doopcatechese aan de doopouders met hun eventuele meters en peters. Als vervolg op deze doopcatechese zal er in het voorjaar van 1998 een gesprekskring geloofsopvoeding worden opgezet.
We zouden ook graag een actief beleid opzetten met het oog op mensen uit West-Afrikaanse landen (Kameroen, Rwanda), die nu veelal bij Pinkstergemeenten terecht komen: gezien hun kerkelijke komaf - presbyteriaanse gemeenten - zou onze gemeente voor hen een (geestelijk) thuis moeten kunnen zijn.
Recentelijk zijn vieringen in de Bijlmer voor drugsgebruikers gestart. We zouden graag zien dat vanuit onze gemeente ook vrijwilligers en de predikanten hierbij betrokken worden. Een aantal Hervormde leden is ingeschreven op het adres waar de vieringen worden gehouden (Streetcornerwork). De aandacht voor gebruikers was er al, maar met de recente opening van een nieuw gebouw voor nachtopvang van gebruikers worden er nieuwe mogelijkheden geboden met hen in contact te komen.
Pastoraat in brede zin is tevens nodig voor een bijzondere groep, namelijk mensen die bij onze gemeente horen en hier een vast verblijf hopen te vinden.
In de nabije toekomst willen we proberen een structureel contact te leggen met het Riagg zodat de predikanten gemakkelijker kunnen doorverwijzen als kennis en kunde tekort schieten. Ook is het wellicht mogelijk contacten te leggen met huisartsen zodat we beter op de hoogte zijn en adequaat kunnen handelen.
Tot de pastorale taak - en daarmee ook de bindende werking - kan ook gerekend worden de aandacht voor de avondmaalsvieringen en de dooppraktijk naar vorm en inhoud. De eredienst werd in plattegronden van de 'ideale kerk' - die door gemeenteleden op een gemeente-avond als voorbereiding op dit beleidsplan werden gemaakt - niet voor niets opvallend vaak aangegeven als het 'hart' van onze gemeente.
Gezien de ontwikkelingen in stedebouwkundig opzicht ligt het in de lijn van de verwachtingen dat er meer gezinnen komen wonen in de Bijlmer en dat gezinnen met kinderen die nu in de Bijlmer wonen blijven. Dit vraagt ook om een jeugdbeleid. Hieraan is met name in het seizoen 1994/1995 gewerkt, waarbij begeleiding en advies is aangevraagd bij de PJJR. Dit heeft geresulteerd in een gemeentevergadering over jeugdbeleid en de aanstelling van een jeugdcommissie. Het jeugdbeleid is vervolgens in gang gezet en gefiatteerd door de kerkenraad. Een aantal alternatieven is onderzocht, zoals een soos en een survivalweekend. Deze konden door respectievelijk gebrek aan geschikte locaties en door onvoldoende deelname, (nog) niet worden gerealiseerd. Maar ook aan deze 'basis' wordt nog steeds gewerkt.


4.2 Naar buiten toe

Uit hoofdstuk 1 kan worden opgemaakt dat de Bijlmermeer als grote stadswijk een complex geheel is. De Samen-op-Weg gemeente wil - samen met andere kerken - kerk in deze samenleving zijn. Niet los ervan, maar er in middenin. Daarop is ons beleid naar buiten toe gericht. Dat geldt zowel voor individuele mensen die hier leven en werken, als voor de kerk als gemeenschap. In de huidige ruimtelijke en sociaal-economische vernieuwing is de inbreng van de kerken dringend gewenst. Onze stem wordt gehoord! Als ons bestaan - bijvoorbeeld vanwege gebrek aan (financiële middelen) - wordt bedreigd, zou onze stem in dat koor verloren raken. Dat zou jammer zijn.
Ook de diaconale taak van de gemeente moet hierbij genoemd worden. De dienst aan de naaste naaste moet hier heel letterlijk genomen worden. Dit werk binnen en buiten de gemeente komt van binnen uit en geeft mede gezicht aan wie en wat we zijn. Deze lijn zouden we graag willen voortzetten.



In het beleidsplan 2003-2008 zult u zien dat er vorderingen zijn gemaakt. Met name op het gebied van "Kerk-zijn met verschillende culturen". De Engelstalige diensten, die zijn opgezet als SoW-diensten, bloeiden enorm op. Het resultaat: een afdeling (in oprichting) te Amsterdam-Zuidoost van de Presbyterian Church of Ghana.
Of bent u meer geïnteresseerd in het pastoraal jaarverslag 2001, waarin onze gemeente vergeleken wordt met een trein. Met alle consequenties van dien...


Valid HTML 4.01! Correct CSS! Laatste wijziging: 18-01-2006 (dd-mm-yyyy)