Interview met ds. Jan van der Meulen


Oorspronkelijk geplaatst in Kabats - faculteitsblad van de Theologische faculteit van de VU
Andere, meer recentere, interviews met ds. Jan van der Meulen: Centraal Weekblad | Ouderlingenblad | WARC
Surinaamse dagnamen | Ghanese dagnamen | Eeuwigdurende kalender

Terwijl de faculteit zich bezint op o.a. een open houding ten opzichte van allochtone landgenoten lijkt men in de Samen-op-Weg-gemeente Bijlmermeer in Amsterdam Zuidoost al een stap verder te zijn. Hier zoekt men naar vormen van intensievere samenwerking en van integratie met allochtone christenen. Omdat je niet met iedereen tegelijk samen-op-weg kunt gaan, richt Jan van der Meulen - de gereformeerde dominee van genoemde gemeente - zich in het project 'Kerk-zijn met verschillende culturen' op het contact tussen en de integratie van Nederlanders, Surinamers, Indonesiërs en Ghanezen. Jan van der Meulen studeerde theologie aan onze faculteit en in 1989 studeerde hij bij Gerard Dekker af op een godsdienstsociologisch onderwerp. Hij begon als predikant in Colijnsplaat en Geersdijk (Noord-Beveland) en is sinds 1993 predikant in de Bijlmermeer. Verslag van een gesprek over het veelzijdige werk van een gemeentepredikant in een veelkleurige wijk.

Geschreven door: Nelly Versteeg

Dominee in een dorp

"Toen ik theologie ging studeren zag ik mijzelf niet direct in een dorp predikant worden. Maar op een gegeven moment zoek je een baan en in Colijnsplaat wilde men me graag hebben, zelfs voordat ik helemaal afgestudeerd was. Wij hadden het geld nodig en zij hadden het idee dat ze anders nooit een predikant zouden krijgen. Ze hadden ook maar heel weinig reacties gehad op hun advertentie. Het klikte op zich ook wel, maar ik ben er de periode van vier jaar die je ergens hoort te staan niet helemaal gebleven. Dat ik te vroeg ben vertrokken en blij was dat ik wegkon bewijst wel dat ik me er niet helemaal op mijn plaats voelde. Dat lag niet aan de mensen - daar wil ik geen kwaad van spreken. Het was voor mij te dorps, te klein en in die zin benauwend. Het gemeenteleven was mij te kalm, te zeer georiënteerd op hoe het altijd was geweest en dat het zo zou moeten blijven; niet zo naar deze tijd toe. Zij leefden daar binnen een veel kleinere wereld dan ik gewend was. Wat je meemaakte in de stad en ook in de kerk in de stad, in de Dominicus, de Amsterdamse Studentenecclesia (of ekklesia), de Keizersgrachtkerk, was niet te vergelijken met het leven daar. Ik ben er wel bewust heen gegaan, hoor. Ik was benieuwd of ik daar, in die heel andere context, iets over zou kunnen brengen, iets kon communiceren van wat ik op de VU geleerd had. Terugkijkend denk ik dat ik me op die doelstelling misschien verkeken heb. Het was ook mijn eerste gemeente, ik had geen ervaring. En ook het als gezin in een dorpje wonen - wat toch z'n beperkingen heeft - speelde een rol."

Een gemeente in de stad

"De SoW-gemeente in de Bijlmermeer is eigenlijk een heel gewone wijkgemeente. De gemeente bestaat voornamelijk uit Nederlanders, waarvan het merendeel blank is. Er is wel een groep hervormde Surinamers. Twintigers en dertigers zijn nog redelijk vertegenwoordigd. Deze gemeente is helemaal niet zo bijzonder als je het vergelijkt met SoW-gemeenten elders. Het kerkewerk is hier vooral apart door de omgeving waar het zich afspeelt.

Men woont in een wijk die, zowel wat bouwkundig uiterlijk als wat bewoners betreft sterk afwijkt van wat je in de meeste plaatsen in Nederland ziet. De blanke Nederlanders hebben hier het gevoel een minderheid te zijn, waaruit het besef ontstaat dat men het met elkaar moet zien te rooien. Mensen voelen een noodzaak om met elkaar op te trekken en dus de verschillen niet te zwaar te laten wegen. En aan de andere kant is men ook trots: wij zijn bijzonder, want wij zijn kerk in de Bijlmer. Dan wordt er intern wel gemopperd, maar naar buiten toe draagt men een soort Bijlmergeloof uit.

Zo vanzelfsprekend als het leven in Colijnsplaat voor veel mensen in de gemeente was, zo dubbelzinnig is hier. Enerzijds wonen mensen al heel lang - soms sinds de opbouw van de wijk, in het begin van de jaren '70 - in de Bijlmermeer. Zij hebben hier hun vrienden in de kerk, via de kerk. Ze hebben hun vaste stek en willen niet weg, kunnen niet weg; ook al zeggen hun kinderen: "Ik snap niet, dat je nog in die Bijlmer woont, tussen al die zwarte mensen daar". Anderzijds is de wijk altijd een doortochtswijk, een doorgangshuis geweest, waardoor je in de gemeente een instroom had van nieuwe leden met een eigen bijdrage, en daardoor een zekere vernieuwing, maar ook een plotseling vertrek van actieve leden. De kaalslag die dat af en toe teweeg brengt geeft je het gevoel dat je telkens opnieuw moet beginnen. Daar moet je wel tegen kunnen. Als ik verhalen van collega's hoor, dan kunnen zij toch uit meer kader, uit blijvend kader putten.

Mijn indruk is dat de instroom wat lijkt weg te ebben, met name omdat nieuwe Bijlmerbewoners geen directe kerkelijke betrokkenheid meer hebben. Overal worden gemeenten eerder kleiner dan dat ze groeien, maar ik heb lang het idee gehad dat we hier de dans zouden ontspringen. We zitten nu echt in een periode waarin we moeten zoeken naar nieuwe mogelijkheden en misschien ook nieuwe activiteiten."

Kerkzijn met verschillende culturen

"De vele bevolkingsgroepen die zich uit alle delen van de wereld in de Bijlmer gevestigd hebben, brachten veelal ook hun eigen religieuze achtergrond mee. Je vindt hier zeker zeventig verschillende religieuze groeperingen: zowel christelijke kerken en opwekkingsbewegingen als organisaties van andere wereldgodsdiensten. Onze SoW-gemeente wil een gemeente zijn, waarin mensen zich vanuit verschillende christelijke culturen thuis kunnen voelen, waarin men zich kan uiten op eigen wijze en tegelijk deel van het grotere geheel kan zijn of worden. Ik ben nu officieel voor een derde van mijn werktijd projectleider van 'Kerkzijn met verschillende culturen'. We hebben drie andere culturen dan de Nederlandse op het oog: de Surinaamse, de Indonesische en de Afrikaanse. De 'keuze' voor deze drie groepen is echt vanuit de praktijk en het grondvlak van de gemeente ontstaan."

Surinamers

Suriname "De meeste protestantse Surinamers in de Bijlmer behoren tot de Evangelische Broedergemeente (EBG) en de Evangelisch-Lutherse Kerk. Tot voor kort was ± 20 % van de hervormde leden van de SoW-gemeente van Surinaamse afkomst. Daarvan is echter maar een klein deel actief lid. Een deel van die actieve leden vormen samen de Surinaamse werkgroep.

Het zijn allemaal hervormden, want de Gereformeerde Kerk bestaat in Suriname niet (meer). Alleen in Suriname wonende Nederlanders waren gereformeerd, maar met de onafhankelijkheid van Suriname is die kerk verdwenen en zijn de resterende leden naar de Hervormde Kerk overgegaan. De Hervormde Kerk in Suriname is vanouds de kerk met een zekere standing. Wie daar lid van is, is een beetje voornamer dan anderen, en dat willen sommigen graag vasthouden: 'Ik ben hervormd, dus ik blijf hervormd'. Tegelijk hoeft het niet te betekenen dat je daar kerkelijk actief bent, waar je lid bent. Verschillende hervormde leden van onze gemeente kerken bij de lutheranen of EBG, omdat ze daar wat meer Surinaamse sfeer vinden. Bovendien is het verschil voor velen niet zo groot. Christelijke scholen in Suriname hebben een katholieke of EBG-signatuur. Dus heel veel kinderen van hervormde gezinnen hebben op EBG scholen gezeten, hebben de EBG liederen geleerd en die spiritualiteit ingeademd. Binnen families loopt het ook door elkaar. Ter gelegenheid van een doop of een andere gebeurtenis komt men gemakkelijk bij elkaar in de kerk. Ze onderscheiden dat niet zo.

Overigens is de ontkerkelijking onder hervormde Surinamers groot. Ik heb wel eens gekeken naar het ledenbestand. Je ziet dan, dat de oudere generatie, zeg de mensen die nu 70 zijn, en met name Surinaamse vrouwen, heel trouw kerklid zijn. Hun kinderen zijn dat in mindere mate, hoewel een groot deel hun kinderen nog heeft laten dopen. Maar de huidige generatie slaat ook die doop al weer over. Tot een paar jaar geleden zijn nog heel wat Surinaamse kinderen in onze gemeente gedoopt, maar dat komt nu nauwelijks meer voor. Misschien dat de vernieuwing van de Bijlmer en de afbraak van flats daar ook een rol in speelt. In Frissenstein en Kralenbeek woonden veel hervormde Surinamers, maar die flats zijn (grotendeels) afgebroken en de bewoners ervan zijn uit de Bijlmer weggetrokken. Niet dat al deze mensen actief waren in onze gemeente, maar ook op papier is hun aantal sterk verminderd. Ik heb gehoord dat in het algemeen het aantal Surinamers in de Bijlmer kleiner wordt.

We proberen de Surinamers die er zijn in de verschillende groepen van de gemeente binnen te halen waardoor hun inbreng verzekerd is en de wisselwerking tussen de Surinaamse en Nederlandse (kerk)cultuur kan plaatsvinden. De Surinaamse werkgroep is één van de grotere groepen in de gemeente; zo'n 15 mensen nemen er aan deel. We zijn begonnen met bijbelstudie, maar de laatste tijd zijn we meer bezig met Suriname zelf. Het plan is om in onze gemeente actie te voeren voor een kindertehuis in Suriname. De informatie komt uit de werkgroep, maar het initiatief zal waarschijnlijk worden overgenomen door de ZWO-commissie. De Surinamers hebben zo het gevoel nog wat te kunnen doen voor 'hun' mensen in Suriname. Het idee is uit die werkgroep gekomen en dat wordt nu overgenomen door de gemeente. Daarnaast organiseert deze groep tweemaal per jaar een Surinaamse dienst. In de Surinaamse werkgroep wordt wel gepraat over de vraag hoe deze groep zich binnen de ! gemeente wat meer kan manifesteren, maar het is toch wel moeilijk. Mensen hebben weinig tijd; ze hebben hun werk, hun gezin en dan vinden ze het leuk om bijeenkomsten van de werkgroep bij te wonen. Maar daar houdt het dan ook voor de meesten mee op. Op zondag oogt de gemeente erg 'blank.'"

Indonesiërs

Indonesia "De Indonesiërs zijn net als de Surinamers eigenlijk regulier lid. Ze staan in de kaartenbak van de Samen-op-Weg gemeenten in de Bijlmer of daarbuiten, maar hebben - meer dan de hervormde Surinamers - hun eigen activiteiten. Sinds de jaren '50 zijn er veel Indische Nederlanders en Molukkers geïmmigreerd. PERKI (PERsekutuan Kristen Indonesia di negeri Belanda) bestaat als oecumenische christengemeente met een Indonesische achtergrond sinds 1965, hoewel de wortels ervan dateren uit de jaren '20. Ze organiseren eigen kerkdiensten en verzorgen daarnaast ook pastoraat, catechisatie en allerlei vormen van onderlinge bijstand. Het is een hechte gemeenschap, die erg op elkaar betrokken is. Bij gelegenheden van 'rouw en trouw' komt men elkaar tegen. Voor hen lijkt de bindende factor meer te liggen in het Indonesisch zijn, dan in het kerkzijn.

Hoewel we dus al lange tijd naast elkaar vrij sterk onze eigen weg gaan, proberen we vanuit de SoW-gemeente de contacten te intensiveren. Er is een al lang bestaande traditie van één gemeenschappelijke kerkdienst per jaar, maar we kijken of er op de zondag voor de Eenheid een tweede gezamenlijke dienst met PERKI gehouden kan worden. Daarnaast hebben wij het afgelopen jaar de catechisatie voor onze rekening genomen. En bij de groep belijdeniscatechisanten zitten nu ook drie jongens van de PERKI. Misschien dat hierdoor gemakkelijker een brug geslagen kan worden. We zien in elk geval dat veel jongeren zich gemakkelijk zowel in de Nederlandse als in de Indonesische cultuur bewegen; misschien wel minder in de Indonesische dan hun ouders, omdat ze hier opgegroeid zijn. Je hoort ze ook wel zeggen: 'Ik beheers het Indonesisch niet zó goed, dat ik de hele dienst kan volgen' Daarnaast proberen we PERKI ook inhoudelijk te betrekken bij activiteiten als een gemeentedag. Aan een gemeentedag is altijd een maaltijd verbonden; zo hebben ze bij zo'n gelegenheid al eens gekookt."

Afrikanen, m.n. Ghanezen

Ghana, liederen gezongen in het Twi "In de loop der jaren zijn we in het pastoraat en diaconaat nogal wat Afrikaanse mensen tegengekomen. Daarnaast woonden er ook wel eens Afrikaanse presbyterianen op zondag een dienst bij, maar na een paar keer waren ze dan weer weg. Waarschijnlijk vonden ze toch te weinig herkenning in onze vieringen en is er ook een taalbarrière. De meesten spreken wel Engels, maar beheersen het Nederlands onvoldoende om een hele dienst echt mee te kunnen maken.

Kerkdienst in het English Ruim twee jaar geleden zijn we begonnen met aparte Engelstalige diensten 1x per maand op zondagmiddag, voor Afrikaanse presbyterianen. Maar dat liep in het begin nogal moeizaam en het aantal aanwezigen per dienst varieerde sterk, van 5 tot 20. Nadat via de lokale radio deze diensten afgekondigd werden, kwamen er meer mensen. Op een gegeven moment bleken de middagdiensten vooral door Ghanezen bezocht te worden.

De presbyteriaanse kerk in Ghana is uit zending ontstaan en is één van de grotere kerken in Ghana. Er bestaat al heel lang een band tussen de Nederlandse Hervormde Kerk en de presbyterianen in Ghana. Er zijn hervormde predikanten werkzaam geweest in Ghana en momenteel werkt er ook een Ghanese predikant in Nederland bijvoorbeeld op het provinciaal bureau in Zuid-Holland op het gebied van missionaire toerusting en gemeenteopbouw. We zijn dus in zekere zin partnerkerken en er zijn allerlei lijnen. We stammen uit eenzelfde traditie, de kerkstructuur en kerkelijke gebruiken komen overeen. Zij herkennen onze liturgie en gebruiken hetzelfde leesrooster. We onderhouden ook contact met de presbyteriaanse predikanten die nu in Nederland zijn, ze gaan ook wel eens voor. Op die manier hopen we erin te slagen om samen kerk te zijn en hopen we dat deze Ghanezen niet een eigen gemeente gaan vormen, maar dat we samen één gemeente zullen worden.

Sinds mei van dit jaar zijn er speciaal voor hen drie middagdiensten per maand, waarin de drie SoW-predikanten uit de Bijlmermeer en Gaasperdam om beurten voorgaan. In deze middagdiensten komen 50 - 70 mensen. En dan is wel apart, om te weten dat in onze ochtenddiensten zo'n 70 - 110 mensen aanwezig zijn! We richten ons in de middagdiensten en het pastoraat echt op wat deze Ghanezen nodig hebben. Ghana kent veel talen, maar Twi is daar een meerderheidstaal; daarnaast spreken de meesten ook Engels. De mededelingen, de lezingen en het zingen doen we zowel in het Engels als in het Twi. De preek is in het Engels. En met de kinderen praten we Nederlands."

Elkaar de ruimte geven

"Naast de diensten in het Engels en Twi drie keer per maand is er één maal per maand een gezamenlijke Nederlands Ghanese ochtenddienst, ook in Gaasperdam voor het overige zijn het echt aparte diensten op zondagmorgen en zondagmiddag. Maar we hopen dat we op den duur samen kunnen gaan. Daarvoor moet een balans gevonden worden tussen eigenheid en gemeenschappelijkheid. En het zal een moeilijk proces zijn om aan twee kanten daarvoor de ruimte te vinden, maar ik heb goede hoop dat dat vroeg of laat lukt.

Ruimte voor elkaarDe Nederlandse SoW-gemeente moet aan de ene kant ruimte maken voor medegelovigen uit andere culturen; ze moet dat als haar verantwoordelijkheid zien. Voor de Nederlandse gemeente ligt daar mijns inziens ook een belangrijke kans tot vernieuwing. We hadden kunnen zeggen: 'Wij zijn gewoon een 'blanke' SoW-gemeente; geen gezeur, we richten ons op de club die er nog is en dat moet het gewoon maar zijn'. Maar ik vind dat dat niet kan en niet mag; dat de christelijke gemeente ingebed moet zijn in de wijdere context. Deze wijk is enorm 'verkleurd'. Wil je hier prettig wonen, dan moet je toch op een bepaalde manier een binding hebben met de mensen die je geneigd bent als vreemdelingen te beschouwen. We kunnen ons niet langer aan de multiculturele samenleving onttrekken - ook in de kerk niet. Dat betekent dat we hier geen achterhoede gevecht leveren, maar van onderop bezig zijn met kerkvernieuwing.

En aan de andere kant zoeken de Afrikanen in de eerste plaats niet een Nederlandse kerkelijke gemeente, maar een eigen sfeer die men van huis uit kent. Tegelijkertijd zijn de Ghanezen met wie we nu betrekkingen hebben ook huiverig om zich aan te sluiten bij een of andere Pinkstergemeente, waarvan er vele zijn in de Bijlmer. Ze kennen de voorbeelden van afsplitsingen en voorgangers die er met het geld van de gemeenteleden vandoor zijn gegaan. In dat opzicht vinden ze het prettig om aan te kunnen haken bij een kerk met een heldere en gevestigde structuur. Bovendien willen ze graag integreren in onze maatschappij en vinden ze dat ze nog zo weinig van de cultuur en de samenleving af weten. Voor hen kan de kerk een brug zijn om te integreren in onze samenleving. Velen hebben de behoefte om hier te slagen, om zich te ontdoen van de achteraf positie die ze nu vaak nog hebben. Ik heb de indruk dat de Ghanezen zich hier sterk aan het emanciperen zijn. In de politiek zie je ze verschijnen en ook in de kerk maken ze zich sterk.

We zitten in een proces, waarin alle betrokken partijen natuurlijk iets prijs geven, maar ook iets ontvangen. Mensen zijn altijd bang dingen te verliezen. Wij proberen hier elkaar de ruimte te geven, een ruimte die je moet bepleiten en beargumenteren en ervaren als winst, als vernieuwing, als inspiratie.

Mijn indruk is, dat in deze SoW-gemeente ruimte is voor iets nieuws. Ouderen hebben het gevoel dat ze niet langer het stempel op de gemeente kunnen drukken, ze vinden dat ze dat ook niet moeten willen. Zij zijn de gaande generatie en vinden het voor de hand liggend dat met een nieuwe generatie ook nieuwe dingen hun intree doen - zolang ze maar het gevoel hebben dat er ook voor hen een plek is. Zo verklaar ik de bereidheid om al deze nieuwe initiatieven een kans te geven"

Positieve ervaringen en plannen

"We hebben in juni jl. een gemeentedag gehad met als thema 'Missie, Diaconaat, en Oecumenische contacten'. Er waren drie gespreksgroepen, die zich elk bogen over een begrip uit het thema. We hebben één van de Ghanese predikanten uitgenodigd, die met een groep mensen gepraat heeft over de vraag wat onze missie vandaag de dag is. Wat zouden we daaronder kunnen verstaan. Een andere groep is met diaconaat bezig geweest. Welke diaconale projecten kies je als gemeente, heb je daar criteria voor? Wat wil je als kerk steunen en wat niet? En in de gespreksgroep over oecumenische contacten heeft men een gesprek gehad over wat en hoe je van elkaar kunt leren en wat we elkaar te bieden hebben. Vooral dit laatste gesprek - tussen Afrikanen en Nederlanders - zullen we binnenkort voortzetten. Het was een goed bezochte dag, hoewel we ook een deel van de actieve SoW-gemeente gemist hebben. De sfeer was heel open en heel prettig en aan beide kanten was er het gevoel: dit is een mooie dag geweest. Tijdens deze gemeentedag deed een Ghanese vrouw verslag van een van de gespreksgroepen. En zij deed dat op zo'n persoonlijke, enthousiaste manier, dat verschillende Nederlandse gemeenteleden zich er door aangesproken voelden en zeiden: 'Zo iemand zou bij ons in de gemeente moeten zitten'.

We hebben een lijst van 90 Ghanese adressen, dat is de groep die regelmatig op zondagmiddag een dienst bijwoont. Ik heb als predikant wel contact met hen, maar in de onderlinge contacten van gemeenteleden - in de vorm van een wijkavond of bezoekwerk - doen ze nog niet mee. Voor dat laatste willen we eerst het lidmaatschap goed regelen, want pas dan kun je zeggen: 'We hebben contactpersonen in de wijk en die bezoeken alle gemeenteleden'. Maar we zijn wel van plan om dit jaar nog een wijkavond in de H-buurt te organiseren en daarvoor zowel de Nederlandse leden als de Ghanese 'leden' uit te nodigen, onder het motto: we wonen in dezelfde buurt en willen graag met elkaar in contact komen."

Persoonlijke verrijking

"Ik denk dat ik in mijn eigen denken en mijn eigen geloofsbeleving niet zo veranderd ben. Ik zou wel vaker liedjes van Oosterhuis willen zingen. Nu zingen we in allerlei diensten Welk een vriend is onze Jezus. Dat kun je in alle talen zingen, ook in het Surinaams en Twi. Het is trouwens wel komisch, dat een lied uit ons liedboek Jezus ga ons voor, deze wereld door ook in het Twi gezongen wordt. Ik heb in de jaren dat ik in de Bijlmermeer werk geleerd met heel veel verschillende mensen te communiceren, ook met mensen die heel anders over de dingen denken dan ik en ik heb meer waardering gekregen voor die verschillen. Omdat ik denk dat het toch altijd om mensen gaat en om wat hen beweegt. Mijn eerste interesse is hoe je dicht bij mensen kunt komen en blijven. Daar ben ik denk ik in de loop der jaren bekwamer in geworden. Ik ervaar het als een verrijking dat ik in verschillende culturen mijn weg heb leren vinden en dat mensen mij als pastor in hun leven toelaten. En dan maak je ook gewoon heel leuke dingen mee.

Ik ben een paar weken in Suriname geweest en dan ontdek je dat er ook verbindingen tussen Suriname en Ghana zijn. Veel 'Surinaamse slaven' zijn uit Ghana en die contreien gehaald. Van Afrikanen weet ik, dat ze verschillende namen krijgen: een 'christelijke' naam bij de doop, maar ook een 'dagnaam' - een naam die vaak gekoppeld is aan de dag waarop ze geboren zijn. De dagnamen in Ghana en de dagnamen in Suriname zijn ongeveer hetzelfde; dus in het Shanti en het Surinaams klinkt dat gelijk. Een jongetje heet Kwakoe, dus ik veronderstelde dat hij op woensdag geboren was; en dat klopte.

Het is ook boeiend om de religieuze praktijken van anderen mee te maken. De Ghanezen kennen een naamgevingsceremonie (outdooring) waar ik nooit bij ben geweest, omdat dat een privé gebeuren is, maar ik weet hoe het ritueel verloopt uit verhalen. De baby krijgt drie wensen mee: een goede gezondheid, voorspoed en een goed gedrag. Bij die laatste wens moet een kind onderscheid leren maken tussen goed en kwaad; dat het geen leugenaar of alcoholist wordt. Bij dit onderdeel wordt eerst een lepeltje met een beetje water en dan met sterke drank tegen de lip gehouden. Dat kind trekt bij dat laatste een vies gezicht, zodat het weet dat je dat dus niet moet doen. Na dit familiegebeuren is er een party. Dat heb ik nu twee keer meegemaakt. En dan mocht ik daar bidden als dominee, want het feest begint niet voordat er gebeden is. Zo'n feest begint altijd eindeloos te laat. Dan staat er op de kaart vanaf acht uur, maar dan weet ik nu dat moet informeren hoe laat ik ongeveer verwacht wordt. Ik heb afgesproken dat ik er om een uur of tien, half elf zal zijn, maar als ik dan aankom blijk ik nog de eerste te zijn, afgezien van de discjockey en nog iemand. Om twaalf uur was het pas vol genoeg om een gebed uit te spreken. En vervolgens barst het feest in alle hevigheid los."

Surinaamse dagnamen

Dag waarop ze geboren zijn Jongensnaam (boy) Meisjesnaam (girl) Born on ...
Zondag Kwasi Kwasiba Sunday
Maandag Kodyo (Kodjo) Adyuba Monday
Dinsdag Kwamina Abeniba Tuesday
Woensdag Kwaku (Kwakoe) Akuba Wednesday
Donderdag Yaw Yaba Thursday
Vrijdag Kofi Afiba Friday
Zaterdag Kwami Amba Saturday


Als u wilt weten hoe u geheten had volgens de Surinaamse of Ghanese dagnaam, kijk dan bij de eeuwigdurende kalender van de Enkhuizer Almanak. Vul dus uw geboortedatum, kijk welke dag het is en vergelijk het met deze tabellen.


Ghanese dagnamen

Dag waarop ze geboren zijn Jongensnaam (boy) Meisjesnaam (girl) Born on ...
Zondag Kwasi, Kwesi Esi, Akosua Sunday
Maandag Kojo, Kwadzo Adjo, Adjua, Adwoa, Adzo Monday
Dinsdag Kwabla, Kwebena Abena Tuesday
Woensdag Abla, Kwaku, Kweku Akua Wednesday
Donderdag Yao, Yawo Yaa Thursday
Vrijdag Kofi Afi, Afua Friday
Zaterdag Kwame, Kwami Ama, Amma, Ami Saturday

Een voorbeeld dat u zelf kan controleren:
De huidige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan is geboren op 8 april 1938 in Kumasi, Ghana.
Kijk bij de eeuwigdurende kalender van de Enkhuizer Almanak. Vul de geboortedatum in, kijk welke dag het is en vergelijk het met deze tabellen.
Kijk hier voor de Surinaamse dagnamen.















Valid HTML 4.01!
Correct CSS! Laatste wijziging: 01-09-2005 (dd-mm-yyyy)