Protestantse Kerk in Nederland

Deze folder is van voor de fusie, toen alles nog 'Samen-op-Weg' was...
Wat geloven de protestantse kerken? | Geschiedenis van het Samen-op-Weg (SoW) proces | Geschiedenis van de protestantse kerken



In onderstaande informatie gaan we in op de volgende onderwerpen:
1. Geschiedenis van het SoW-proces
2. Hoe ziet een kerkelijke gemeente eruit?
3. Wat doet een kerkelijke gemeente?
4. Organisatiestructuur
5. Samen op Weg
6. Meer weten?


In Nederland zijn veel kerkgenootschappen: tientallen, de twee grootste hiervan zijn de Nederlandse Hervormde Kerk en de Rooms-Katholieke Kerk. Wat al deze tientallen christelijke kerken gemeen hebben is het geloof in God. Voor de rest kunnen de verschillen heel groot zijn.
In dit verhaal gaat het over drie kerken: de Nederlandse Hervormde Kerk (NHK), de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN) en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden (ELK), zoals deze kerken officieel heten. Met z'n drieën worden ze ook wel aangeduid als de Samen op Weg-kerken. Hiermee geven ze aan dat ze één kerk willen worden. Dat is een langzaam en ingewikkeld proces. Al bijna veertig jaar wordt er aan gewerkt. Het is de bedoeling dat dit proces over enkele jaren voltooid is. De kerk gaat dan Protestantse Kerk in Nederland heten. En op 1 mei 2004 is deze stap bereikt.







1. Geschiedenis van het Samen op Weg-proces



Dat deze kerken samen willen gaan, is niet zo vreemd. Ze hebben alledrie hun wortels in de reformatie, de zestiende-eeuwse protestbeweging tegen de machtige rooms-katholieke kerk. De lutheranen zijn volgelingen van de Duitse reformator Maarten Luther; de hervormden en gereformeerden zijn vanouds calvinisten, ofwel aanhangers van Johannes Calvijn, de Franse reformator.

De grootste van de drie fuserenden is de Nederlandse Hervormde Kerk. Zij heeft ruim twee miljoen leden. Eeuwenlang is in Nederland de hervormde kerk de staatskerk geweest. Dat hield in dat andere kerken wel mochten bestaan, maar nooit zo'n bevoorrechte positie konden hebben. Sinds de negentiende eeuw heeft de hervormde kerk geen speciale voorrechten meer.

De Gereformeerde Kerken in Nederland zijn uit deze Nederlandse Hervormde Kerk ontstaan. In het begin van de negentiende eeuw maakten veel mensen zich ongerust over de koers van de hervormde kerk. Ze vonden dat deze teveel vrijheid gaf: kerkleden, dominees, plaatselijke kerken mochten geloven wat en hoe ze zelf wilden. Verschillende groepen die in de negentiende eeuw uit de hervormde kerk stapten, vormden in 1892 samen de Gereformeerde Kerken in Nederland. Er zijn nu ruim 700.000 gereformeerden.

En dan is er de Evangelisch-Lutherse Kerk. Zoals voor de hand ligt, baseert deze kerk zich vanouds niet op Calvijn, maar op Luther. In Nederland is de lutherse kerk naar verhouding klein: 18.000 leden. Maar in bijvoorbeeld Duitsland en Scandinavië is het de grootste kerk.

De landelijke kerk heeft op haar site meer informatie over de geschiedenis van het Samen-op-Weg proces dan hier op deze pagina vermeld staat.






2. Hoe ziet een kerkelijke gemeente eruit?



Bij de hervormden en de lutheranen wordt een plaatselijke kerk gemeente genoemd. De gemeente wordt bestuurd door een kerkenraad, bestaande uit vrijwilligers die bij die gemeente horen. Kerkenraadsleden worden door de gemeente gekozen. Als een gemeente erg groot is, dan is zij opgedeeld in wijkgemeenten.
Bij de gereformeerden worden andere termen gebruikt. Iedere plaats heeft zijn eigen gereformeerde kerk (soms opgedeeld in wijken), en al die kerken bij elkaar vormen de Gereformeerde Kerken in Nederland. Wat bij de hervormden en lutheranen dus gemeente heet, heet hier kerk. Voor het gemak gebruiken we in deze informatie de term gemeente.

Een gemeente bestaat uit leden. Sommigen zijn belijdend lid, anderen dooplid. De harde realiteit voor een Kerkbalans-loper... Doopleden zijn de leden die, meestal kort na hun geboorte, gedoopt (met water besprenkeld) zijn. Op die manier geven de ouders aan dat ze willen dat hun kind bij de gemeente hoort en dat ze het kind een christelijke opvoeding willen geven. De gemeente laat door de doop weten zich hiervoor medeverantwoordelijk te voelen. In de hervormde kerk horen ook niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden bij de gemeente. Een dooplid kan een belijdend lid worden door belijdenis te doen. Belijdenis doen betekent het hardop uitspreken van je geloof en van je wil om bij de gemeente te horen. De keuze van de ouders wordt dan dus een keuze van de persoon zelf. De meeste gemeenteleden doen belijdenis als ze tegen de twintig zijn. Hoewel er ook veel mensen zijn die hun leven lang dooplid blijven.
(Sommigen weten niet eens meer dat ze gedoopt zijn, gaan (dus) niet naar de kerk, maar staan nog wel ingeschreven. Ze zijn dan ook verbaasd dat ze de vrijwillige 'contributie' moeten betalen bij Kerkbalans. In dat geval kunnen ze zich uit de kerk laten schrijven, red. SoW-Bijlmer).






3. Wat doet een kerkelijke gemeente?



De verschillende terreinen waarmee de gemeente zich bezighoudt, worden weleens samen-gevat als leren, vieren en dienen.






4. Organisatiestructuur



Leren, vieren en dienen - allemaal zijn ze onmisbaar, maar als er geen organisatie achter zit, dan gebeurt er niet veel. We noemden al even de kerkenraad. Deze bestaat uit ambtsdragers, gemeenteleden die door de andere gemeenteleden zijn gekozen om bepaalde taken uit te voeren. In de kerkenraad zitten drie categorieën ambtsdragers: ouderlingen, diakenen en de predikant.
De ouderlingen en diakenen doen veel werk voor de gemeente. De diakenen geven praktische hulp aan mensen die dat nodig hebben, en de ouderlingen houden zich onder meer bezig met pastoraat, bijvoorbeeld door het bezoeken van gemeenteleden. Sommige ouderlingen hebben een speciale taak, zoals jeugdouderlingen. Ook heeft een gemeente ambtsdragers die zich met financiën bezighouden. Iedere gemeente krijgt geld binnen van haar leden: uit collecten en uit de jaarlijkse Kerkbalans-actie. Van dat geld worden de uitgaven van de kerk bekostigd, van de verwarming tot het kerkblad. Ook wordt een percentage bijgedragen aan het provinciaal en landelijk kerkelijk werk.

De predikant of dominee, zoals hij of zij in de wandeling genoemd wordt, is full-time of voor een deel van de week in dienst van de gemeente. De anderen zijn over het algemeen vrijwilligers. Er is in de gemeente meestal nog één andere betaalde kracht: de koster. Deze heeft een functie die te vergelijken is met die van een conciërge op een school. De predikant bereidt de kerkdiensten voor, schrijft de preek, doet trouw- en begrafenisdiensten, gaat op bezoek bij gemeenteleden (pastoraat), regelt en vergadert en is niet zelden de spil van de gemeente. Hoewel in sommige gemeenten de vrijwilligers een hoop praktische taken van de predikant hebben overgenomen.
De kerken waar het in deze informatie over gaat, hebben een democratische structuur.
Het plaatselijke bestuur van een gemeente is de kerkenraad.

Op regionaal niveau is dat de classis. Een classis is een verzameling van gemeenten die in elkaars buurt liggen.

Een provinciaal bestuur heet bij de hervormden een provinciale kerkvergadering (PKV) en bij de gereformeerden een particuliere synode (PS). De lutheranen kennen geen provinciaal bestuur. En in de nieuwe kerkorde van de Protestantse Kerk is deze bestuurlijke provinciale laag verdwenen. We laten het voor de voor de volledigheid er nog tussen staan. Bij oude stukken kom je ze nog tegen.

Het hoogste, landelijke bestuur van de kerk is de generale synode . De synode bestaat uit predikanten, ouderlingen en diakenen uit plaatselijke gemeenten. Deze bepaalt in grote lijnen het beleid van het landelijk werk. Betaalde functionarissen, werkzaam op regionale en landelijke bureaus, ondersteunen de plaatselijke gemeenten op het gebied van diaconaat, jongerenwerk, en vele andere terreinen. Bij elkaar werken er in de drie kerken samen enkele honderden mensen.
De aanspreekpunten van de genoemde organen namens de SoW-gemeente Bijlmermeer staan bij organisatie - in eigen gemeente en bij Organisatie - PKN-organen wordt uitgelegd tot welke classis we behoren, en welke andere gemeenten dat zijn.






5. Samen-op-Weg



Op alle niveaus werken de drie kerken al intensief samen in het Samen op Weg-proces. Plaatselijk zijn gemeenten die dat willen al geheel of gedeeltelijk samengegaan. Landelijk en regionaal zijn alle aparte bureaus samengevoegd tot één landelijk dienstencentrum in Utrecht en negen regionale dienstencentra in de rest van het land. De landelijke kerk heeft op haar site meer informatie over de geschiedenis van het Samen-op-Weg proces dan hier op deze pagina vermeld staat.






6. Meer weten?



Er is nog zoveel te vertellen over wat de kerken zijn en wat ze doen: over de samenwerking met andere kerkgenootschappen in de Raad van Kerken in Nederland bijvoorbeeld, of over de contacten met andere geloven en religies, of voor de pastorale zorg voor specifieke groepen, zoals studenten, doven en militairen. Maar binnen de ruimte van dit verhaal moeten we ons beperken.

Als u naar aanleiding van de informatie vragen of opmerkingen heeft, of als u gewoon meer wilt weten, dan kunt u contact opnemen met het bureau voorlichting van de Samen op Weg-kerken. Daar kunt u ook de folder waarin deze informatie is opgenomen, bestellen.

Stafbureau Communicatie van de Samen op Weg-kerken
Postbus 8504
3503 RM Utrecht
tel. (030) 880 1415
fax (030) 880 1445
e-mail: ldc-communicatie@pkn.nl



























Overgenomen van: Landelijk Diensten Centrum van de Samen-op-Weg kerken


Wat geloven de protestantse kerken? | Geschiedenis van het Samen-op-Weg (SoW) proces | Geschiedenis van de protestantse kerken


Valid HTML 4.01! Correct CSS! Laatste wijziging: 01-09-2005 (dd-mm-yyyy)